Kadaster: 14% vakantiewoningen in Nederland wordt permanent bewoond

Volgens de nieuwe Kadaster-monitor staan er inmiddels bijna 135.000 vakantiewoningen op bijna 4.000 vakantieparken. Tegelijkertijd blijft permanente bewoning een belangrijk aandachtspunt voor gemeenten, regio’s en recreatieondernemers. Het Kadaster registreerde maar liefst 14% permanente bewoning in vakantiewoningen

Aantal vakantieparken licht gegroeid

Nederland telde op 1 januari 2026 bijna 4.000 vakantieparken met één of meer vakantiewoningen. Dat zijn er iets meer dan een jaar eerder, blijkt uit de nieuwe monitor Nederlandse vakantieparken in beeld van het Kadaster.

Het gaat onder meer om circa 1.800 campings, ruim 1.100 bungalowparken, ruim 860 gemengde parken en ongeveer 125 caravanparken.

De meeste vakantieparken liggen in Gelderland, met bijna 740 parken. Zeeland volgt met ongeveer 535 parken. Op regionaal niveau springt de Zeeuwse kust eruit met bijna 460 vakantieparken, gevolgd door de Veluwe met circa 395 parken en Achterhoek/Twente met ongeveer 365 parken.

Bijna 135.000 vakantiewoningen

Op de Nederlandse vakantieparken staan inmiddels bijna 135.000 vakantiewoningen. Dat zijn er ruim 7.000 meer dan begin 2025.

De grootste voorraad staat in Gelderland, met circa 27.500 vakantiewoningen. Zeeland telt ongeveer 16.600 vakantiewoningen en Noord-Holland ruim 15.000. Kijken we naar toeristische regio’s, dan staat de Veluwe bovenaan met ongeveer 28.200 vakantiewoningen. Daarna volgen de Hollandse kust met circa 18.900 en de Zeeuwse kust met ongeveer 14.700.

Voor recreatieondernemers en gemeenten laat dit zien dat vakantieparken een grote en groeiende ruimtelijke factor zijn in toeristische regio’s.

Wadden: hoge druk op woningvoorraad

Het Kadaster keek ook naar het aantal vakantiewoningen in verhouding tot de gewone woningvoorraad. Vooral op de Waddeneilanden is die verhouding hoog. Daar staat tegenover elke gewone woning gemiddeld 0,44 vakantiewoning.

In gemeenten als Ameland, Vlieland en Terschelling is de concentratie het hoogst. Op Ameland bedraagt het aandeel vakantiewoningen ten opzichte van de woningvoorraad 59%, op Vlieland 49% en op Terschelling 35%.

Ook delen van Zeeland en de Veluwe kennen hoge verhoudingen. Noord-Beveland komt uit op 40%, Sluis op 32% en Ermelo op 23%.

14 procent permanent bewoond

Volgens een inschatting van het CBS wordt 14% van alle vakantiewoningen permanent bewoond. Het gaat dan om woningen waar iemand officieel staat ingeschreven met de vakantiewoning als primair woonadres.

Regionaal zijn de verschillen groot. In Vechtdal/Salland is het aandeel permanente bewoning met 22% het hoogst. Ook Drenthe scoort hoog met 20%. Op de Waddeneilanden is permanente bewoning van vakantiewoningen juist beperkt: ongeveer 1%.

Voor gemeenten blijft dit een complex vraagstuk. De druk op de woningmarkt vergroot de roep om tijdelijke of permanente bewoning, terwijl recreatieondernemers en regio’s juist belang hebben bij behoud van recreatieve capaciteit en toeristische bestedingen.

Particulieren domineren eigendom, maar bedrijven winnen terrein

Vakantiewoningen zijn vooral in handen van particulieren. Op 1 januari 2026 was 63% van de vakantiewoningen particulier bezit. Een jaar eerder was dat nog 65%.

Het aandeel van bedrijven steeg juist van 27% naar 29%. De overige 8% is in handen van onder meer verenigingen, stichtingen en vve’s.

De meeste particuliere eigenaren bezitten één vakantiewoning. Bedrijven en overige eigenaren hebben vaker meerdere woningen in bezit. Dat is relevant voor parkbeheer, investeringen en het organiseren van kwaliteit op parken met versnipperd eigendom.

Markt koelt af na coronapiek

In 2025 werden bijna 4.500 vakantiewoningen verkocht. Dat zijn er ongeveer 100 minder dan in 2024. Tijdens corona piekte het aantal verkopen, maar sindsdien is de markt weer afgekoeld.

Opvallend is dat particulieren relatief veel verkochten. Zij waren goed voor ongeveer 77% van de verkopen, terwijl zij 63% van de voorraad bezitten. Volgens het Kadaster kunnen beleidsmaatregelen hierbij een rol spelen, zoals de verhoging van het btw-tarief voor verhuur en wijzigingen in box 3.

De prijs van vakantiewoningen steeg wel door. In het vierde kwartaal van 2025 lag het prijsniveau ongeveer 4% hoger dan een jaar eerder. Gemiddeld kostte een vakantiewoning in 2025 circa € 240.000. Op de Waddeneilanden lag de gemiddelde prijs boven € 500.000.

Veel aankopen zonder hypotheek

Een groot deel van de vakantiewoningen wordt zonder hypotheek gekocht. In 2025 ging het om 80% van de aankopen. Dat aandeel lag iets lager dan in 2024, maar blijft hoog.

Kopers gebruiken vaak spaargeld of overwaarde op hun eigen woning. Vooral goedkopere vakantiewoningen worden zonder financiering gekocht: bij woningen tot € 100.000 gebeurde dat in bijna 95% van de gevallen.

Tegelijkertijd nam het aantal nieuw afgesloten hypotheken voor vakantiewoningen in 2025 met ruim 23% toe. Grootbanken verstrekten 62% van deze hypotheken. Opvallend is dat ook particuliere en bedrijfsmatige verstrekkers een relatief groot aandeel hebben in deze markt.

Praktische betekenis voor recreatie en beleid

De Kadaster-monitor bevestigt dat vakantieparken steeds meer raken aan meerdere dossiers tegelijk: recreatie, wonen, vastgoed, fiscaliteit, financiering en gebiedsontwikkeling.

Voor recreatieondernemers is vooral de eigendomsstructuur belangrijk. Versnipperd particulier bezit kan investeringen in kwaliteit, duurzaamheid en parkbeheer lastiger maken. Tegelijkertijd kan groeiend bedrijfsmatig eigendom zorgen voor meer professionele exploitatie en investeringskracht.

Voor gemeenten en provincies biedt de monitor onderbouwing voor beleid. Waar liggen de concentraties? Waar neemt de druk op de woningvoorraad toe? Waar speelt permanente bewoning? En waar is recreatieve capaciteit juist van belang voor de regionale economie?

De cijfers maken duidelijk dat vakantieparken niet alleen verblijfslocaties zijn, maar ook een belangrijke ruimtelijke en economische factor in toeristische regio’s.

Meer informatie

Bron en meer informatie: Kadaster

2 reacties

  1. Projectontwikkelaars klaar, bouwen maar! Het zou zo de beginzin kunnen zijn die Andre van Duin zou bezigen als hij presentator zou zijn van heel Holland bouwt bungalows. Daarna Nieuwsuur met het item: heel Holland ver*piep*t door bungalowschimmel. We zetten nu nog even de stranden vol. In Petten plempt Hollands Glorie Landal 50 mini redingsbrigade keten neer. Ondertussen zijn we sinds 2025 weer 6% huizen verder en de algehele omzet is gestegen met minder dan 2%
    Dan de PZC een paar dagen geleden:
    Landal schrijft opnieuw rode cijfers: nettoverlies van bijna 160 miljoen in 2025
    Deze organisatie is als een rupsje-nooit-genoeg de afgelopen 20 jaar en het bouwen en het verkopen geweest onder de noemer Landal beheer en projecten. Houden is niet het devies, maar verkopen en vervolgens de nieuwe particuliere eigenaren in een verhuurcorset duwen. De vraag die bij mij is blijven hangen de afgelopen 25 jaar: als de verhuur van een bunglalow in eigendom zo winstgevend is, waarom doet Landal het zelf dan niet?
    Nee mensen, dat is niet de bedoeling, want dan draai je je eigen verdienmodel de nek om. Het doel is niet, een zo hoog mogelijk rendement, maar zoveel mogelijk centjes van gebouwde huisjes in de Landal portomonnee. En dan toch nog een dergelijk verlies en een vereost landschap en een verwoeste markt. Misschien weeet Akkerman van ING hier iets op?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *