Hittegolven zetten duurzaamheid hoger op de agenda: dertig kleinschalige Vlaamse logies tonen hoe het anders kan. Deze drtig B&B’s, vakantiewoningen en jeugdverblijven hebben onderzocht hoe zij duurzamer kunnen ondernemen zonder het comfort van gasten te beperken. Het project levert een praktisch kader op voor energie, water, inkoop, lokale samenwerking en gastencommunicatie.

Praktijktest bij dertig kleinschalige logies
Dertig Vlaamse verblijfsaccommodaties hebben de afgelopen twee jaar een geïntegreerde aanpak voor duurzaam ondernemen getest. Het traject werd opgezet door Hogeschool PXL en Thomas More, samen met toeristische diensten, vakexperts en VLAIO.
Aanleiding zijn de gevolgen van warmere zomers, droogte, stijgende energieprijzen en schaarser wordende grondstoffen. Vooral kleinere logiesbedrijven hebben volgens de initiatiefnemers niet altijd voldoende tijd, kennis en investeringsruimte om hun bedrijfsvoering structureel aan te passen.
Het project richt zich daarom niet alleen op losse maatregelen, zoals zonnepanelen, ledverlichting en afvalscheiding. Ook aankoopbeleid, mobiliteit, medewerkers, samenwerking met lokale partijen, communicatie en de complete klantreis zijn meegenomen.

Gast wil niet worden opgevoed
Een belangrijk uitgangspunt is dat duurzame keuzes voor de bezoeker eenvoudig en vanzelfsprekend moeten zijn. Vakantiegangers willen tijdens hun verblijf niet voortdurend worden aangesproken op wat niet mag of minder moet.
De deelnemende ondernemers experimenteerden daarom onder meer met lokale ontbijtproducten, circulaire inkopen, slimme energietoepassingen en samenwerking met ondernemers uit de omgeving. Duurzaamheid wordt daarbij gepresenteerd als onderdeel van de kwaliteit en authenticiteit van het verblijf.
“Duurzaamheid hoeft geen verhaal van beperkingen te zijn. Het kan net een hefboom zijn om ondernemers veerkrachtiger en futureproof te maken”, zegt Nele Bylois, projectverantwoordelijke bij Hogeschool PXL.
Kleine logies verbinden gast en omgeving
Kleinschalige accommodaties hebben door het directe contact met gasten relatief veel mogelijkheden om duurzamere keuzes zichtbaar te maken. Dat kan aan de ontbijttafel, in de inrichting van de kamer en in tips voor uitstapjes, vervoer en lokale producten.
Daarmee kan de impact verder gaan dan een lager energie- of waterverbruik. Lokale inkoop en samenwerking kunnen ook bijdragen aan de regionale economie en een herkenbaarder toeristisch aanbod.
“Duurzaamheid wordt pas echt krachtig wanneer ze deel wordt van de volledige klantenreis. Van de eerste boeking tot het vertrek van de gast”, aldus Bylois.
Praktisch kader voor ondernemers
De ervaringen van de dertig accommodaties zijn verwerkt in een kader waarmee logiesondernemers hun volledige bedrijfsvoering kunnen beoordelen. Daarbij wordt gekeken naar energie, water, afval, aankopen, mobiliteit, medewerkers, buurtpartners en gastenbeleving.
Het doel is ondernemers niet te belasten met een uitgebreid theoretisch model, maar hen te helpen haalbare maatregelen te kiezen die passen bij de omvang, locatie en doelgroep van hun bedrijf.
Voor toeristische organisaties en lokale overheden kan het kader worden gebruikt bij begeleidingstrajecten voor kleinschalige verblijfsaccommodaties. De praktijkervaringen laten daarbij zien dat ondersteuning niet alleen over techniek en subsidies moet gaan, maar ook over communicatie, bedrijfsvoering en samenwerking binnen de bestemming.

Presentatie op 24 september
De resultaten worden op 24 september 2026 gepresenteerd aan toeristische organisaties, lokale besturen, sectororganisaties, onderwijsinstellingen en logiesondernemers. Tijdens de bijeenkomst worden het duurzaamheidskader, praktijkvoorbeelden en de belangrijkste lessen uit het traject toegelicht.
Meer informatie
Bron en meer informatie: Hogeschool PXL