Prinsjesdag 2026: dit moeten recreatieondernemers meenemen in hun begroting voor 2027

Prinsjesdag levert voor de recreatiesector geen groot afzonderlijk pakket op. Toch zijn er maatregelen die direct doorwerken in de exploitatie van vakantieparken, campings, dagattracties en horeca. Vooral energie-investeringen, waterverbruik, logies-btw, alcohol en personeelskosten verdienen aandacht bij het maken van de begroting voor 2027.

Het Binnenhof en de Hofvijver in Den Haag in het najaar
Het Binnenhof in Den Haag

De meeste maatregelen uit het Belastingplan 2027 moeten op 1 januari ingaan, maar zijn nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer behandelen de voorstellen de komende maanden.

Voor recreatieondernemers is Prinsjesdag vooral een goed moment om de begroting voor 2027 opnieuw langs te lopen. Niet iedere maatregel raakt ieder bedrijf even sterk. Een camping zonder zwembad heeft een ander kostenprofiel dan een vakantiepark met honderden accommodaties, een subtropisch bad en meerdere restaurants. Hieronder daarom vooral de praktische gevolgen.

Heb je een energie-investering gepland? Kijk goed naar het moment van bestellen

De Energie-investeringsaftrek, EIA, wordt vanaf 2027 verhoogd van 40 naar 45,5 procent. Ondernemers kunnen daarmee een groter deel van kwalificerende investeringen in energiebesparing en duurzame energie aftrekken van de fiscale winst.

Dat maakt 2027 interessant voor recreatiebedrijven die toch al plannen hebben voor bijvoorbeeld energiezuinige installaties, warmteterugwinning, isolerende maatregelen of andere bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan.

Voor een vakantiepark, hotel, zwembad of groot indoorbedrijf kan de timing van zo’n investering daardoor financieel relevant zijn. Niet ieder duurzaam bedrijfsmiddel komt automatisch in aanmerking. Onder de huidige EIA-regels moet het bedrijfsmiddel aan de eisen van de Energielijst voldoen en minimaal €2.500 kosten. Bovendien moet een investering doorgaans binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting bij RVO worden gemeld.

Praktisch voor ondernemers:

  • Maak nu een investeringslijst voor 2027. Zet bijvoorbeeld klimaatinstallaties, keukenapparatuur, zwembadtechniek en andere grote energiegebruikers op een rij.
  • Controleer vóór het tekenen van de opdracht of de investering voor EIA in aanmerking komt. Achteraf regelen kan te laat zijn.
  • Kijk niet alleen naar terugverdientijd op energie. Neem ook het mogelijke fiscale voordeel mee in de businesscase.

Het kabinet reserveert in 2027 daarnaast €1,6 miljard voor de SDE-regeling voor hernieuwbare energieproductie en CO²-reductie. Dat is vooral relevant voor grotere verduurzamingsprojecten.

Water wordt een kostenpost om echt door te rekenen

De belasting op leidingwater stijgt in 2027 naar €0,551 per kubieke meter. In 2026 bedraagt die €0,437. Bovendien verdwijnt het heffingsplafond volledig. Vanaf 2027 wordt dus over iedere kubieke meter leidingwater van drinkwaterkwaliteit belasting betaald.

Voor een klein recreatiebedrijf is de verhoging overzichtelijk. Bij 10.000 m³ drinkwater per jaar stijgt alleen deze belasting bijvoorbeeld met ongeveer €1.140.

Voor echte grootverbruikers is het effect veel groter. In 2026 wordt maximaal 50.000 m³ per aansluiting belast. Een bedrijf dat 100.000 m³ gebruikt, betaalt daardoor in 2026 ongeveer €21.850 belasting op leidingwater. Met het voorgestelde tarief en zonder plafond wordt dat in 2027 circa €55.100. Dat is ruim €33.000 extra, nog los van de gewone drinkwaterprijs.

Vooral vakantieparken en recreatiebedrijven met zwembaden, wellness, veel douches, wasserijen en grote horecakeukens doen er daarom goed aan nu naar hun waterdata te kijken.

Praktisch:

  • Pak de jaarafrekening erbij en noteer het aantal m³ per aansluiting.
  • Breng grote verbruikers apart in kaart. Denk aan zwembad, sanitair, schoonmaak, beregening, wasserij en keuken.
  • Bereken de waterbelasting alvast met €0,551 per m³ voor 2027.
  • Kijk daarna waar besparing economisch interessant wordt. Een waterbesparende douchekop lijkt klein, maar bij duizenden overnachtingen kan het volume snel oplopen.

Daarmee wordt watermanagement steeds minder alleen een duurzaamheidsproject en steeds meer regulier kostenmanagement.

Vakantieparken: let goed op het verschil tussen accommodatie en kampeerplaats

Voor de verblijfsrecreatie verandert Prinsjesdag niets aan de btw-verhoging die sinds 1 januari 2026 geldt. Logies in onder meer hotels, vakantiehuisjes en verhuurde stacaravans valt onder 21 procent btw.

Een belangrijk praktisch verschil is dat het bieden van een kampeerplaats voor kort verblijf nog steeds onder het 9-procentstarief valt. Dat geldt ook voor bijbehorende voorzieningen zoals sanitair, water en elektriciteit. Voor gemengde vakantieparken kan er dus binnen één bedrijf een behoorlijk verschil zitten tussen verhuuraccommodaties en kampeerplaatsen.

Nog belangrijker is de behandeling van arrangementen. Biedt een bedrijf naast logies afzonderlijke faciliteiten aan, zoals ontbijt of toegang tot een zwembad of attractie, dan kunnen daarvoor andere btw-tarieven gelden. Bij een all-in prijs kan het daarom nodig zijn de vergoeding te verdelen over prestaties met 21 en 9 procent btw op basis van hun marktwaarde. Dat maakt de btw niet alleen een administratief onderwerp, maar ook een pricingvraagstuk.

Voor vakantieparken en hotels:

  • Controleer hoe arrangementen in het kassasysteem en boekingssysteem zijn opgebouwd.
  • Bekijk of logies, ontbijt en afzonderlijke recreatieve faciliteiten fiscaal correct zijn uitgesplitst.
  • Reken per accommodatiecategorie uit wat de netto-opbrengst na btw daadwerkelijk is.
  • Vergelijk niet alleen bezetting met vorig jaar, maar ook netto omzet en marge per beschikbare nacht.

Voor campings geldt juist dat het 9-procentstarief voor kampeergelegenheid een belangrijk verschil blijft ten opzichte van verhuurde vakantiewoningen en stacaravans.

Horeca: alcoholprijs opnieuw doorrekenen

Vanaf 2027 wil het kabinet de alcoholaccijns jaarlijks laten meestijgen met de inflatie. Het kabinet verwacht dat verkopers deze hogere accijns waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk doorberekenen.

Voor een recreatiebedrijf met een restaurant, bar, terras, bowlinghoreca of evenementenzaal is de maatregel afzonderlijk misschien geen enorme kostenpost. In combinatie met personeelskosten, energie, inkoop en andere prijsstijgingen kan de marge per consumptie wel verder onder druk komen. Daarom is het handiger om niet simpelweg alle dranken met hetzelfde percentage te verhogen.

Praktisch voor horeca-exploitanten:

  • Bereken de brutomarge opnieuw per drankgroep.
  • Bekijk welke producten veel volume maar weinig marge opleveren.
  • Neem alcoholvrije dranken, koffie en arrangementen mee in de totale omzetmix.
  • Controleer contracten en prijslijsten van leveranciers voordat de menukaart voor 2027 wordt vastgesteld.

Voor recreatiebedrijven is vooral de totale besteding per gast interessant. Een paar cent extra kosten op bier kan beperkt zijn, maar bij honderdduizenden bezoekers tellen kleine marges uiteindelijk wel op.

Dagrecreatie: vooral letten op energie, water en bestedingen

Voor attractieparken, indoor leisure, dierentuinen, musea en andere dagrecreatiebedrijven zit de Prinsjesdag-impact minder in één specifieke maatregel. De belangrijkste directe aandachtspunten zijn energie, water, horeca en personeel. Vooral bedrijven met grote gebouwen, zwembaden, attractietechniek of uitgebreide foodservice kunnen meerdere effecten tegelijk voelen.

Tegelijkertijd blijft de koopkrachtontwikkeling beperkt. Volgens de raming daalt de koopkracht van een doorsnee huishouden in 2027 met 0,1 procent. Voor lage inkomens wordt een plus van 0,2 procent geraamd en voor een doorsnee oudere 0,3 procent.

Voor dagrecreatie betekent dat niet automatisch dat bezoekers minder vaak komen. Wel blijft het verstandig om rekening te houden met prijsgevoeligheid. Een exploitant kan daarom naast de reguliere entreeprijs ook kijken naar gezinsproducten, abonnementen, rustige-dagprijzen en aanvullende bestedingen. Het doel hoeft niet altijd een hogere ticketprijs te zijn. Ook meer horeca- of retailomzet per bezoeker kan bijdragen aan het rendement.

Brandstofkorting helpt autobestemmingen voorlopig nog

Het kabinet wil de tijdelijke korting op benzine- en dieselaccijns ook in 2027 laten bestaan. De benzineaccijns komt volgens het voorstel uit op €0,85 per liter en diesel op €0,55.

Dat is relevant voor de recreatiesector omdat veel vakantieparken, campings en attracties sterk afhankelijk zijn van gasten die met de auto komen. Voor ondernemers verandert hierdoor op korte termijn weinig in de bereikbaarheid van hun locatie. Het voorkomt vooral dat het wegvallen van de tijdelijke korting in 2027 direct een extra prijsstijging aan de pomp veroorzaakt.

Vraag je salarisadministrateur naar de Whk

De premie voor de Werkhervattingskas gaat omhoog doordat de kosten van WGA-uitkeringen zijn gestegen. Voor een recreatiebedrijf met veel medewerkers is dat een betere reden om de personeelsbegroting voor 2027 opnieuw te controleren dan om alleen naar het nieuwe brutoloon te kijken.

Vraag daarom bij het opstellen van de begroting aan de salarisadministrateur of accountant wat de verwachte werkgeverskosten per fte of gewerkt uur in 2027 worden. Zeker bij bedrijven met veel seizoensmedewerkers kunnen kleine wijzigingen in werkgeverslasten op jaarbasis flink optellen.

Netcongestie blijft een praktisch obstakel

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn gematigd over de Prinsjesdagplannen. MKB-Nederland noemt het lastenbeeld voor ondernemers licht negatief. De organisaties wijzen ook op problemen rond netcongestie, vergunningverlening en regeldruk.

Voor recreatieondernemers is vooral netcongestie praktisch relevant. Een fiscale regeling voor een warmtepomp, elektrische keuken of uitbreiding van laadinfra is weinig waard wanneer de netaansluiting niet kan worden verzwaard.

Wie in 2027 of 2028 een grotere verbouwing of verduurzaming plant, doet er daarom goed aan de energie-infrastructuur vroeg in het project mee te nemen. Niet pas wanneer de bouwtekeningen klaar zijn.

Praktische Prinsjesdag-checklist voor recreatiebedrijven

De meeste ondernemers hoeven naar aanleiding van Prinsjesdag niet direct hun bedrijfsmodel te veranderen. Wel zijn er een paar zaken die bij de begroting voor 2027 nu al gecontroleerd kunnen worden:

  • Energie: zet geplande investeringen op een rij en controleer welke mogelijk voor EIA in aanmerking komen.
  • Water: pak het jaarlijkse m³-verbruik erbij en reken met €0,551 belasting per m³.
  • Verblijf: controleer btw en marge per accommodatie, kampeerplaats en arrangement.
  • Horeca: herbereken de marge op dranken en bepaal pas daarna de prijzen voor 2027.
  • Personeel: vraag de salarisadministrateur naar het effect van gewijzigde werkgeverspremies.
  • Grotere investeringen: controleer vroegtijdig of de bestaande netaansluiting uitbreiding of elektrificatie aankan.
  • Prijsstrategie: kijk niet alleen naar hogere kosten, maar ook naar waar de gast prijsgevoelig is en waar extra besteding mogelijk is.

Prinsjesdag 2026 levert daarmee geen grote koerswijziging voor de recreatiesector op. Voor ondernemers zit de relevantie vooral in de details van de exploitatie. Wie water, energie, btw, horeca en personeel nu al meeneemt in de begroting, voorkomt dat deze wijzigingen pas zichtbaar worden wanneer de eerste rekeningen van 2027 binnenkomen.

Lees ook

Meer informatie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *