Een erfgoedlocatie met een nieuw bezoekerscentrum als poort naar een hele regio: dat was de kern van het persmoment op vrijdag 8 mei. In de zon op het landgoed van Kasteel Slangenburg luisterde ik enthousiast naar de plannen voor een nieuw bezoekerscentrum in de voormalige koetsenstalling.

In de koetsenstalling komt een toeristisch ankerpunt voor Doetinchem en de wijde omgeving, een plek waar bezoekers binnenstappen voor een wandelroute of een bezoek aan het kasteel en weer naar buiten lopen met een lijstje ontdekkingen voor de rest van hun verblijf. Voor recreatieondernemers in de Achterhoek is dat interessant nieuws, maar ook voor ondernemers elders die nadenken over hun positie in een totaalconcept.
Pas na 20 jaar zag ik eindelijk het kasteel vanbinnen
Ik woon al 20 jaar in Doetinchem en omstreken, dus Slangenburg ken ik goed. De hertenweide is een begrip in de Achterhoek en een favoriet familie-uitje, de bossen lopen vol met wandelaars en Het Koetshuis staat er met goede horeca en een fijn terras. Parkeren is geen probleem. Toch was ik nog nooit binnen geweest in het kasteel zelf. Tot na afloop van het persmoment, toen ik even een kijkje mocht nemen. Wat een plek: 17e-eeuwse interieurs, vrijwel intact. Het kasteel staat niet voor niets in de Top 100 Monumenten.
Dat ik er pas na 20 jaar binnen kwam, zegt iets. Directeur-bestuurder Van den Bos verwoordt het mooi: “De parel mag ontsloten worden.” Sinds het kasteel van Monumentenbezit is, wordt het stap voor stap gerestaureerd en opengesteld. Het bezoekerscentrum is de volgende stap.


Van eindbestemming naar beginpunt
De gedachte is simpel. In de koetsenstalling komt een bezoekerscentrum met informatie over routes, natuur, cultuur en recreatie in de regio: wandelen, fietsen, andere kastelen bezoeken, ergens overnachten of eten. Eén plek met overzicht, waardoor Slangenburg het routepunt wordt voor alles wat eromheen ligt.
Achter de bomen schuilen kastelen, landgoederen, wandelroutes en natuurgebieden. Veel bezoekers rijden erlangs zonder te beseffen wat er ligt. Een goed bezoekerscentrum lost dat op door bezoekers te helpen kiezen, verbinden en doorstromen.
Waarom dit gaat werken
Het meeste werk is al gedaan. Voor een inspiratiecentrum als dit heb je mijns inziens vijf dingen nodig en ze zijn er allemaal:
- Bestaande bezoekersstroom. Slangenburg trekt al wandelaars, families voor de damherten, fietsers door het bos. Het publiek is er.
- Horeca op locatie. Het Koetshuis is er al, met terras. Bezoekers kunnen meteen zitten, koffiedrinken, lunchen.
- Voldoende parkeergelegenheid. Een onderschatte factor: de auto kwijt kunnen zonder gedoe.
- Een ijzersterke trekker. De hertenweide is een begrip. Het kasteel staat in de Top 100 Monumenten. Het verhaal vertelt zichzelf.
- Een logische ligging. Centraal in de Achterhoek, met genoeg te ontdekken in een straal van een paar kilometer.
Het totaalconcept wordt aanzienlijk aantrekkelijker zodra het bezoekerscentrum opent. Bezoekers die nu komen voor de herten, blijven straks langer, en wie kwam voor een wandeling, ontdekt de regio. Verblijfsduur en bestedingen gaan omhoog. Dat is het rekensommetje.
Wat een totaalconcept oplevert
Slangenburg is een mooi voorbeeld, maar de onderliggende les geldt overal. Een trekker op zichzelf doet zijn werk maar half. Pas wanneer eromheen de juiste schil ligt (horeca, parkeren, routing, informatie, samenwerkende ondernemers) verandert een dagje uit in een meerdaags verblijf. Dat principe werkt in de Achterhoek net zo goed als in Zeeland, op de Veluwe of in Limburg.
Voor ondernemers betekent dat: kijk verder dan je eigen erf. Welke trekker zit er bij jou in de buurt, welke schil ontbreekt nog en welk gat kun jij vullen? Wie die vraag goed beantwoordt, maakt zichzelf onmisbaar in het geheel.
Wat doe jij als er een inspiratiecentrum opent in de buurt?
Een inspiratiecentrum als dit werkt als verdeelstation. Bezoekers komen binnen, vragen wat ze kunnen doen en gaan naar buiten met een plan. Op dat moment wil je dat jouw camping, B&B, attractie, boerderijwinkel of route in dat plan zit.
Drie dingen om dan te regelen:
1. Wees vindbaar op het routepunt. Een goed verhaal op de juiste plek, in handen van de juiste bezoeker op het juiste moment, werkt. Zoek contact met de stichting zodra het centrum vorm krijgt.
2. Zoek collega-ondernemers op. De toerist denkt niet in gemeentegrenzen, zoals wethouder Bulten zei op het persmoment, die bezoeker geniet ergens van. Dat is het uitgangspunt als je samen bouwt met collega-ondernemers.
3. Sluit aan op de beleving van het gebied. Slangenburg ademt rust, historie en natuur. Past dat bij jouw bedrijf, dan kun je het versterken. Past het niet, dan kun je juist het contrast vertellen, want bezoekers zoeken variatie in hun dag.
Erfgoedprojecten: een lange adem maar het is het waard
De gemeente Doetinchem heeft €175.000 subsidie toegezegd voor dit project. De rest van de financiering wordt nog rondgemaakt. Bouwhistorisch onderzoek loopt en de realisatie is ergens tussen 2026 en 2029.
Een erfgoedproject vraagt altijd om een lange adem: “Er waren momenten dat we zeiden: we moeten het opgeven, het lukt niet. En vervolgens kwam er altijd weer licht aan het eind van de tunnel.” Erfgoedprojecten kosten tijd, maar als het er straks staat, is het van grote meerwaarde.
Een ambitieuze visie
Wethouder Bulten zei: “Over vijf jaar zie ik hier een inspiratiecentrum, waar heel Nederland van zegt: hoe hebben ze dat gedaan?” Dat is ambitieus, maar ik geloof het zeker. De ingrediënten liggen er al: een topmonument, een geliefd uitje, horeca op het terrein, een vaste bezoekersstroom en een regio met onontdekte parels eromheen.
Mijn advies aan iedere recreatieondernemer met een trekker in de buurt: ga er op tijd over nadenken, want een routepunt als dit verandert het speelveld. Wie zich nu positioneert in dat netwerk, staat straks vooraan.
En ik kom zeker terug. Eindelijk een keer dat prachtige kasteel nog eens uitgebreid bekijken!
Meer informatie:
Met dank aan (auteur van dit artikel):
Johanna Oosterbaan van RecreatieBeleving is expert op het gebied van het bouwen van merken en marketing in de recreatiesector. Dit doet ze vooral bij recreatiebedrijven. Vanuit die achtergrond kijkt zij bij dit soort erfgoedprojecten ook nadrukkelijk naar de toeristisch recreatieve context en meerwaarde voor een regio.