Het nieuwe vakantiepark vraagt om regie, beleving en nieuwe verdienmodellen

Vakantieparken die willen overleven, moeten niet alleen investeren in accommodaties, maar vooral in exploitatiekracht, gastbeleving en regie. In het derde deel van zijn serie over het ‘hoofdpijndossier vakantiepark’ schetst leisure-expert Hans van Leeuwen vijf routes voor parken die toekomstbestendig willen blijven.

Van huisje in het groen naar waarde per nacht

De druk op het traditionele vakantiepark neemt toe. Volgens Hans van Leeuwen, leisure-expert en recreatieadviseur bij SLIMMadvies, is het verdienmodel van veel parken kwetsbaar geworden door fiscale druk, versnipperd eigendom, permanent wonen en verouderde parkformules.

Zijn kernboodschap: met alleen “een accommodatie in het groen” redt een vakantiepark het niet meer. De gast kijkt steeds kritischer naar de waarde per nacht. Comfort, beleving, service, jaarrond aantrekkingskracht en extra bestedingsmogelijkheden worden belangrijker.

Daarmee verschuift de discussie van schaal naar kwaliteit. Niet méér bedden, maar een hogere opbrengst per gast en een sterker toeristisch product staan centraal.

Permanent wonen ondermijnt toeristisch product

Van Leeuwen waarschuwt dat het aantal zwakke vakantieparken kan blijven groeien wanneer de kern van het probleem niet wordt aangepakt. Volgens hem wordt er te vaak opgepoetst, terwijl uitponding en versnipperd eigendom blijven doorgaan.

Als permanent wonen op vakantieparken het nieuwe normaal wordt, verdwijnt volgens hem niet alleen recreatieve capaciteit, maar ook een regionale economische motor. Toeristische bestedingen, banen en levendigheid komen dan onder druk te staan.

Voor gemeenten en regio’s betekent dit dat vakantieparken niet alleen een vastgoedvraagstuk zijn, maar ook onderdeel van recreatiebeleid, economie, wonen en gebiedsontwikkeling.

Vijf routes voor heruitvinding

In zijn analyse noemt Van Leeuwen vijf oplossingsrichtingen. De eerste is meer centrale regie op versnipperd eigendom, bijvoorbeeld via modellen zoals Hoods, waarbij kwaliteit, beheer, investeringen en recreatief gebruik beter worden georganiseerd.

De tweede route is nieuwe financiering. Veel particuliere eigenaren kunnen of willen niet blijven investeren in onderhoud en vernieuwing. Professioneel kapitaal, fondsvorming en collectieve modellen kunnen volgens Van Leeuwen helpen om investeringskracht terug te brengen.

De derde route ligt bij micro en mini resorts. Kleinere concepten met luxe, wellness, privacy, design en frictieloze service kunnen een hogere gemiddelde opbrengst per nacht realiseren en jaarrond aantrekkelijk zijn.

Hybride parken en vakantiepretparken

Een vierde ontwikkelrichting is het hybride vakantiepark, waar verblijf wordt gecombineerd met dagrecreatie, horeca, indoor activiteiten, events en Family Entertainment Centers. Daarmee ontstaat een extra omzetlaag en wordt ook de regionale markt aangesproken.

De vijfde route is het vakantiepretpark: een concept waarin verblijf en attractiewaarde samenvallen. Van Leeuwen noemt onder meer De Tovertuin van Woezel & Pip, de transformatie van het voormalige Vakantiepark Family Land in Huijbergen, en Bommelwereld als voorbeelden van deze beweging.

Deze ontwikkeling draait niet om extra huisjes, maar om thematisering, herhaalbezoek, hogere besteding en een bredere doelgroep.

Nieuwe concepten buiten de chaletlogica

Volgens Van Leeuwen beweegt de markt ook naar nieuwe verblijfsvormen buiten het klassieke chalet- of bungalowpark. Hij wijst op voorbeelden als LUX Senioren Resort in Bergeijk, Nala Retreats Resort bij Warnsveld en de transformatie van Family Land naar De Tovertuin van Woezel & Pip.

Deze concepten spelen in op demografie, wellbeing, comfort, service, langere verblijfsduur en jaarrond exploitatie. Daarmee wordt het vakantiepark minder afhankelijk van alleen piekperiodes en traditionele gezinsvakanties.

Keuzes maken in plaats van bijsturen

De analyse eindigt met een duidelijke oproep: vakantieparken moeten kiezen. Blijft een park recreatief, wordt het een woonlocatie, ontstaat er een hybride model of is gecontroleerde uitfasering nodig?

Volgens Van Leeuwen vraagt dat om regie op kwaliteit, distributie, besteding, financiering en regionale samenwerking. Een lik verf of beperkte renovatie is daarvoor niet genoeg.

Voor recreatieondernemers, gemeenten en investeerders ligt de opgave in een integrale aanpak. Het vakantiepark van de toekomst vraagt om een duidelijke doelgroep, professionele exploitatie, onderscheidende beleving en een organisatievorm die investeringen ook op lange termijn kan dragen.

Met dank aan (auteur van dit artikel): Hans van Leeuwen van SLIMM advies

Eén reactie

  1. Dag Hans, met je analyse en oplossingsrichting voor de verblijfsrecreatie sector ga ik grotendeels met je mee. In je betoog ga je vooral in op het product en de wenselijke richting van de productontwikkeling in de verblijfsrecreatie sector. Je pleit daarom voor integrale aanpak door onder andere recreatie-ondernemers. Daar zit wat mij betreft precies de bottleneck. Menig recreatie ondernemer zit in zijn comfortzone en gaat niet veranderen zolang zij dat niet nodig achten. Zo lang zij het financieel kunnen volhouden gaat geen verandering plaatsvinden. De grootste uitdaging zie ik juist in het noodzakelijke feit dat het beter zou zijn dat menig recreatie-ondernemer uit zijn comfortzone gehaald wordt. Daar is in eerste instantie meer mentaal massagewerk voor nodig, dan een nieuwe visie of marketingplan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *