Na de aangekondigde verhoging van de Amsterdamse toeristenbelasting en de zorgen vanuit KHN Amsterdam volgt nu een bredere duiding vanuit toerismestrategie. Tourism expert Isabel Mosk stelt dat de belangrijkste vraag niet is of 20% toeristenbelasting hoog is, maar welk toeristisch gedrag Amsterdam met de maatregel precies wil veranderen.

Derde discussiepunt in Amsterdamse toerismereeks
De nieuwe Amsterdamse coalitie wil de toeristenbelasting in 2027 verhogen van 12,5% naar 16%. Daarna komt er jaarlijks één procentpunt bij, tot 20% in 2031. Pretwerk schreef eerder al over deze voorgenomen verhoging en over de zorgen van KHN Amsterdam rond de stapeling van lasten voor de gastvrijheidssector.
In een analyse wijst toerisme-expert Isabel Mosk nu op een fundamentele vraag achter de maatregel: gaat het om inkomstenbeleid of om echt bestemmingsmanagement?
Opbrengst is concreet, gedragsdoel minder
Volgens Mosk is de financiële opbrengst van de belastingverhoging al duidelijk ingeboekt. De coalitie rekent op 60 miljoen euro extra in 2027, oplopend tot 75 miljoen euro in 2030.
Wat minder duidelijk wordt gemaakt, is welk gedrag de maatregel moet veranderen. Het coalitieakkoord benoemt volgens haar niet hoeveel bezoekers of overnachtingen moeten verdwijnen, welke doelgroepen anders moeten boeken of welke delen van de stad merkbaar rustiger moeten worden.
Daarmee lijkt de verhoging in eerste instantie vooral een inkomstenmaatregel. Dat is volgens Mosk niet per se verkeerd: bezoekers gebruiken de openbare ruimte en gemeentelijke voorzieningen en mogen daaraan bijdragen. Maar een belasting die geld oplevert, is nog niet automatisch effectief toerismebeleid.
Minder overnachtingen betekent niet automatisch minder drukte
Een belangrijk aandachtspunt is dat bezoekers mogelijk niet wegblijven, maar buiten Amsterdam gaan slapen. Hotels in omliggende gemeenten kunnen dan overnachtingen winnen, terwijl Amsterdam overdag nog steeds de bezoekersdruk ervaart.
Dat maakt het lastig om het succes van de maatregel alleen af te meten aan Amsterdamse hotelovernachtingen. Volgens Mosk moet ook worden gekeken naar dagbezoek, regionale verplaatsing, vervoersstromen, verblijfsduur en bezoekersgedrag in de drukste gebieden.
Stapeling van lasten raakt hotellerie
De analyse sluit aan bij eerdere zorgen vanuit de sector. Naast de hogere toeristenbelasting speelt ook de verhoging van de btw op hotelovernachtingen van 9% naar 21%. Richting 2031 kan de totale belastingdruk op een Amsterdamse overnachting daardoor fors oplopen.
Hotels kunnen die lasten niet altijd volledig doorberekenen aan gasten. Daardoor kan de prijsprikkel voor bezoekers beperkt blijven, terwijl vooral de marge van ondernemers onder druk komt te staan.
Destination management vraagt om organisatie
Mosk wijst ook op de rol van Amsterdam&Partners. De coalitie wil stoppen met stadspromotie gericht op toeristen en de bijdrage aan Amsterdam&Partners verlagen. Dat klinkt logisch voor een stad die geen bekendheidsprobleem heeft.
Maar de organisatie doet meer dan promotie. Ze speelt ook een rol in onderzoek, samenwerking, bezoekersmanagement en bestemmingsontwikkeling. Als Amsterdam meer wil sturen op een evenwichtige bezoekerseconomie, is de vraag wie die rol straks organiseert.
Duiding Pretwerk: van belastingdebat naar bestemmingsmanagement
Voor de recreatie en toerismesector verschuift de discussie hiermee van “is 20% toeristenbelasting te hoog?” naar “welke bezoekerseconomie wil Amsterdam eigenlijk?”. Dat is een wezenlijk andere vraag.
Een effectieve toerismestrategie vraagt om heldere doelen: welke bezoekersstromen zijn gewenst, welke drukte moet afnemen, welke gebieden worden ontlast en hoe worden de effecten gemeten? Zonder openbare effecttoets blijft de belastingverhoging vooral een financiële maatregel met de aanname dat de stad er leefbaarder van wordt.