Onderzoek waarschuwt voor transition-washing in toerismebeleid

Bestemmingen gebruiken steeds vaker termen als regeneratief, circulair en duurzaam toerisme, maar volgens nieuw onderzoek onder leiding van Hogeschool Inholland leidt dat nog te vaak tot bestaand beleid in een nieuw jasje. Voor DMO’s, gemeenten en toeristische ondernemers ligt de opgave niet in nieuwe taal, maar in meetbare keuzes voor leefbaarheid, waardecreatie en bestemmingsmanagement.

Onderzoek: transitietaal verandert toerisme nog beperkt

Nieuw onderzoek onder leiding van Hogeschool Inholland waarschuwt voor ‘transition-washing’ in de toerismesector. Daarmee bedoelen de onderzoekers dat termen als duurzaam toerisme, regeneratief toerisme, destination stewardship en circulair toerisme wel worden gebruikt, maar in de praktijk niet altijd leiden tot fundamenteel ander beleid.

Volgens het onderzoek blijven veel bestemmingen vasthouden aan bekende instrumenten: bezoekers spreiden, toeristen aantrekken die meer besteden en toeristenbelasting verhogen. Dat kan nuttig zijn, maar raakt volgens de onderzoekers niet altijd aan de kernvraag: welke rol moet toerisme spelen voor bewoners, ondernemers en leefomgeving?

“Veel van deze benaderingen schetsen een aansprekend toekomstbeeld, maar geven nog weinig houvast voor hoe je daar komt”, zegt onderzoeksleider Ko Koens, lector New Urban Tourism aan Hogeschool Inholland. “Zonder dat handelingsperspectief is het risico dat de termen vooral worden gebruikt om bestaand beleid een nieuw jasje te geven, zonder dat er onderliggend iets verandert. Dat noemen we transition-washing.”

Geen standaardmodel voor duurzame bestemming

De onderzoekers vergeleken acht benaderingen: de Sustainable Development Goals, Brede Welvaart, equitable tourism, circulair toerisme, degrowth, regeneratief toerisme, destination stewardship en doughnut economics.

Hun conclusie: er is geen eenduidige winnaar. Welke aanpak werkt, hangt af van de lokale situatie. Een stad met hoge toeristische druk heeft een andere strategie nodig dan een regio die vooral zoekt naar betere spreiding, meer jaarrond bezoek of meer waarde voor bewoners en lokale ondernemers.

Daarmee raakt het onderzoek aan een herkenbare discussie in destinatiemanagement: niet elk toeristisch vraagstuk vraagt om groei, en niet elke duurzaamheidsstrategie is automatisch passend voor elke bestemming.

Anders meten: voorbij bezoekersaantallen

Een belangrijk punt in het rapport is dat succes in toerisme nog vaak wordt gemeten in bezoekersaantallen, overnachtingen en bestedingen. De onderzoekers pleiten voor een bredere blik: wat levert toerisme op voor bewoners, leefomgeving, lokale economie en ruimtelijke kwaliteit?

Daarvoor is volgens hen niet alleen cijfermatige monitoring nodig, maar ook regelmatig gesprek met bewoners, ondernemers en andere betrokken partijen. Dat maakt toerismebeleid minder abstract en helpt om eerder bij te sturen wanneer druk op voorzieningen, openbare ruimte of draagvlak toeneemt.

Voor gemeenten en DMO’s betekent dit dat toeristische dashboards breder moeten worden ingericht dan alleen economische kerncijfers.

Onderzoek met internationale experts en praktijkprofessionals

Voor het rapport combineerden de onderzoekers literatuuronderzoek met gesprekken met veertien internationale experts en elf praktijkprofessionals uit steden in Nederland, België, Duitsland en Spanje.

Het rapport is geschreven door Shirley Nieuwland van Paradise Found, Ko Koens van Hogeschool Inholland en Bert Smit en Luc van den Boogaart van Ginder. Het onderzoek is onderdeel van het Expertise Network Sustainable Urban Tourism en het SPRONG-project ‘Gastvrije Transities’.

Duiding Pretwerk: Toerismebeleid vraagt om keuzes, niet alleen nieuwe begrippen

Veel recreatie en toeristische organisaties gebruiken termen als duurzaam, regeneratief of toekomstbestendig. Maar de geloofwaardigheid van die koers hangt af van concrete keuzes in beleid, productontwikkeling, gebiedsontwikkeling en samenwerking.

Voor ondernemers kan dat betekenen: niet alleen inzetten op meer bezoekers, maar op aanbod dat beter past bij de plek, het seizoen en de draagkracht van de omgeving. Voor DMO’s en gemeenten ligt de kans in scherper bestemmingsmanagement: sturen op waarde voor bewoners en ondernemers, in plaats van vooral op volume.

De bredere trend is dat toerisme steeds minder vanzelfsprekend wordt gezien als pure groeisector. De sector moet vaker aantonen hoe zij bijdraagt aan leefbaarheid, brede welvaart en toekomstbestendige bestemmingen.

Meer informatie:

Bron en meer informatie: InHolland

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *