Een nieuwe wereld gaat open als animatronics steeds meer op mensen gaan lijken

Tijdens de IAAPA Expo Europe in Londen gaf de sessie ‘Physical vs. Digital’ een futuristisch kijkje in de ontwikkeling van o.a. robots, animatronics en levensechte chatbots. Je kunt een robots nu al programmeren om bewegingen en opdrachten uit te voeren. Wat nu vaak nog ontbreekt is de interactie en de non-verbale communicatie. Maar daar wordt aan gewerkt. En dat gaat zorgen voor een compleet nieuwe wereld aan mogelijkheden en concepten.

Tijdens de expertsessie Physical vs. Digital: Choosing Between Animatronics, Media, and Emerging Technologies gingen Chuck Fawcett van FGR8, Jim Schelter van CreativeForward, visual-effectspecialist Eugénie von Tunzelmann en Marc Theermann van Dynamic Creatures in op de consequenties van die groeiende gereedschapskist.

Natuurlijk zijn films ook ‘levensecht’. Animatronics en robots hebben als voordeel dat zij daadwerkelijk in dezelfde ruimte als de bezoeker aanwezig zijn. Ze hebben volume, textuur en een fysieke relatie met het decor. Dat kan een sterke indruk maken, vooral wanneer bezoekers dicht bij een karakter komen.

Eugenie spraak over ‘digital humans’, en legt uit wat daarmee wordt bedoeld: Het is op dit moment nog altijd vrij duidelijk dat je met een robot of animatronic te maken hebt. De menselijke beweging en zeker de gezichtsuitdruking is dermate subtiel, dan mensen dat al vrij snel herkennen. Maar door de opkomst van ai kunnen gezichtsuitdrukkingen veel gedetaillieerder, en in verschillende omstandigheden, worden onderzocht. Het vergt enorme rekencapaciteit; maar die is voorhanden. Het gaat niet lang mee duren voordat we de verschillen niet meer automatisch herkennen.”

P&P projects

Op de stand van P&P projects was dit jaar een voorbeeld te vinden van een animatronic-hoofd met projectietechniek die al een goed beeld gaf van zeer geavanceerde gezichtsuitdrukkingen.

Theerman voegt daar vanuit een ontwerp-perspectief nog aan toe: “Een hoogwaardige robot of projectie is geen garantie voor een overtuigende beleving. De technologie moet ondersteunend zijn en bij voorkeur nauwelijks worden opgemerkt.” Zijn conclusie: “The goal is to make all of that engineering disappear.”

Jim Schelter legt uit dat er met de vermenselijking van animatronics wezenlijk wat gaat veranderen in de attractiesector: “Nu houdt een animatronic in een attractie gemiddeld 8 seconden de aandacht vast. Mensen zijn in staat om veel langer de aandacht vast te houden en daarmee complete optredens te verzorgen. Daartoe zijn animatronics en ook robots in de (nabije) toekomst ook in staat.”

Ook het ‘reageren op mensen’ is een onderdeel in ontwikkeling. Dat betekent als eerste ‘spraakherkenning’; daarin gaan de ontwikkelingen al bijzonder ver. De toenemende kwaliteit van chatbots zijn daarvan het overduidelijke bewijs. Maar ook de non-verbale communicatie wordt bestudeerd en verfijnd.

Marc Theerman presenteerde een model waarbij hij de diverse onderdelen van menselijke communicatie en interactie op een rijtje zette; ‘What makes the body intelligent’. (zie ook bovenstaande afbeelding.) Bij het nalopen van de diverse facetten blijkt dat de animatronics en robots op vrijwel al deze onderdelen volop in ontwikkeling zijn.

Robot leert reageren op de bezoeker

Een belangrijke ontwikkeling is het verschil tussen traditionele animatronics en een nieuwe generatie robotkarakters. Een klassieke animatronic voert een vastgelegde serie bewegingen uit. Nieuwe robots kunnen hun omgeving waarnemen en hun gedrag gedeeltelijk aanpassen aan de situatie.

Theermann wees daarbij op de opkomst van reinforcement learning: systemen leren gedrag aan door verschillende handelingen uit te proberen en de uitkomst daarvan te beoordelen. Daardoor kunnen robots uiteindelijk gevarieerder en natuurlijker bewegen.

Voor publieksinteractie lijkt voorlopig vooral assisted autonomy kansrijk. Daarbij handelt een robot deels zelfstandig, terwijl een medewerker toezicht houdt of op belangrijke momenten ingrijpt. Dit combineert de flexibiliteit van menselijke improvisatie met de fysieke mogelijkheden en reproduceerbaarheid van een robot.

Voor attractiebedrijven kan dat nieuwe toepassingen opleveren. Een karakter kan zich door een locatie bewegen, gasten herkennen, vragen beantwoorden en verschillend reageren op kinderen en volwassenen. Een vaste voorstelling verandert daarmee in een ontmoeting die per bezoek kan verschillen.

Nieuwe ‘uncanny valley’ is emotioneel

Bij realistische figuren wordt vaak gesproken over de uncanny valley: het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat wanneer een mensachtig personage bijna echt lijkt, maar nog net niet overtuigt. Volgens het panel verschuift dat probleem inmiddels. Ontwerpers worden steeds beter in het overtuigen van het oog, maar daarmee is nog niet automatisch een emotionele relatie gecreëerd.

De volgende stap is volgens Fawcett dan ook niet alleen een slimmer of realistischer karakter. Het gaat om personages die daadwerkelijk contact kunnen maken en een relatie met bezoekers kunnen opbouwen: van overtuigen van het oog naar “connecting with the heart”.

In de toekomst zouden karakters bovendien over een vorm van permanent geheugen kunnen beschikken. Een personage herinnert zich dan een eerdere ontmoeting en kan een bezoeker op een andere locatie of tijdens een volgend bezoek opnieuw herkennen. Daarmee ontstaat een doorlopende verhaallijn die zich over meerdere bezoeken en attracties uitstrekt.

Hybride toepassingen bieden de meeste ruimte

De sessie maakt vooral duidelijk dat fysiek en digitaal geen tegengestelde werelden meer zijn. Een animatronic kan worden aangevuld met digitale gezichtsanimatie, sensoren en AI. Een autonoom rijdend karakter kan door een medewerker op afstand worden ondersteund. Ook kunnen live acteurs via technologie meerdere fysieke of virtuele personages aansturen.

Voor recreatieondernemers ligt de uitdaging daarom niet in het vinden van de meest geavanceerde technologie. Zij moeten bepalen welke combinatie past bij het verhaal, het verwachte bezoekersvolume, het beschikbare personeel en de onderhoudsorganisatie.

Een vernieuwende toepassing is pas toekomstbestendig wanneer deze niet alleen tijdens een demonstratie indruk maakt, maar ook op een drukke openingsdag betrouwbaar functioneert. De kernvraag blijft daarom opvallend traditioneel: wat moet de bezoeker voelen? Pas als daarop een duidelijk antwoord bestaat, kan worden bepaald of een acteur, animatronic, scherm, robot of hybride karakter daarvoor het beste middel is.

Meer informatie: Physical vs. Digital: Choosing Between Animatronics, Media, and Emerging Technologies

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *