Eigenaren van familiebedrijven vinden zichzelf onvoldoende voorbereid op hun rol. Waar opvolging in het werken binnen het familiebedrijf zorgvuldig wordt besproken, blijft aandacht voor het toekomstige eigenaarschap en de bijbehorende verantwoordelijkheden vaak uit.

Opvallend is dat bij ruim de helft van de familiebedrijven formele familiegovernance ontbreekt. BDO Accountants & Adviseurs roept op om de governance rondom eigenaarschap en opvolging goed vast te leggen. Zo worden eigenaren professioneel voorbereid op hun toekomst en zijn potentiële conflicten in de familie te voorkomen.
Dat blijkt uit onderzoek naar eigendom en eigenaarschap bij familiebedrijven uitgevoerd door het Maastricht University Center for Entrepreneurship and Innovation (CEI), in samenwerking met BDO. BDO onderzoekt jaarlijks de dynamiek in en rondom familiebedrijven.
Eigenaarschap vraagt meer dan ooit
Bij 41% van de (potentiële, huidige of voormalige) eigenaren van familiebedrijven ontbreekt een adequate voorbereiding op het eigenaarschap. Zij bereiden zich vooral zelf voor en ervaren daarin een (te) beperkte rol van de familie. Onderwerpen die in te voorbereiding te weinig aan bod komen, zijn bijvoorbeeld persoonlijke ontwikkeling, bedrijfsstrategie, voorbereiding op ondernemerschap/omgaan met falen en financiële kennis en vaardigheden.
Het is opvallend dat nog zoveel eigenaren hun voorbereiding onvoldoende noemen, omdat goed eigenaarschap een familiebedrijf kan maken of breken. De eisen aan eigenaarschap worden steeds hoger, onder meer door uitdijende families, bedrijfsoverdrachten waarbij weinig aandacht was voor de psychologische kant van familiebedrijven en strengere governancenormen. Dat vraagt om professioneel eigenaarschap met specifieke competenties om de rol van eigenaar in te vullen.
Drie soorten competenties komen in het onderzoek naar voren: matchingcompetenties (die verwijzen naar het herkennen en benutten van waardevolle combinaties van middelen), governancecompetenties (die betrekking hebben op waardecreatie via effectief bestuur en een passende organisatiestructuur) en timingcompetenties (die gaan over het maken van strategische keuzes op het juiste moment). Dit soort vaardigheden bezit een eigenaar niet automatisch door simpelweg te werken in het familiebedrijf, maar vergen bijvoorbeeld opleiding of training.
Verschil tussen werken in bedrijf en eigenaar zijn
Het onderzoek toont bovendien een duidelijk verschil tussen de voorbereiding op werken ín het familiebedrijf en het eigenaarschap: opleidingen en werkervaring zijn doorgaans gericht op de operationele rol, niet op het bezit en de bijbehorende verantwoordelijkheid. In familiestatuten ontbreekt bijvoorbeeld vaak welke opleiding of competenties nodig zijn om (actief of passief) eigenaar te worden.
Een paradox is dat bijna twee derde (61%) van de eigenaren in het familiebedrijf zichzelf beoordeelt als goede (verantwoordelijk en competente) eigenaren. Verantwoordelijk eigenaarschap is samen met continuïteit de belangrijkste prioriteit van eigenaren, financiële doelen zoals winstoptimalisatie of het veiligstellen van welvaart voor de familie scoren lager.
Governance cruciaal voor continuïteit
In ruim de helft van de familiebedrijven (54%) ontbreekt een vorm van formele familiegovernance. Deze governance is essentieel om conflicten binnen de familie te voorkomen. Zowel actief als passief eigenaarschap dragen het risico met zich mee dat de verhoudingen binnen een familie op scherp komen te staan. Het onderzoek laat zien dat naarmate familiebedrijven groter worden, de mate van familiegovernance toeneemt.
Meer informatie: bdo.nl/eigenaren-familiebedrijven-missen-vaak-een-goede-voorbereiding