De recreatiesector blikt al weer vooruit op het jaar 2021. Ook dat wordt geen makkelijk jaar; maar wel een waarin de zwaarst getroffen ondernemers kunnen werken aan hun herstel. Veel partijen in de sector hopen dat de herstart gepaard gaat met een duurzaamheids- en kwaliteitsimpuls voor de sector.

Tijdens de presentatie van het Trendrapport Recreatie Toerisme en Vrije tijd 2020 kwamen diverse sprekers aan het woord die hun visie deelden over het herstel en de toekomst van de Nederlandse recreatiesector.

De anderhalve meter economie blijft nog wel even bij ons

Stef Driessen, sector banker leisure bij ABN AMRO waarschuwde de sector voor teveel optimisme ten aanzien van het herstel: “Natuurlijk is het goed nieuws dat er een vaccin tegen corona is gevonden. De distributie en inenting zullen echter nog de nodige tijd in beslag nemen. Het duurt een maand om de twee prikjes te krijgen – en lang niet iedereen komt meteen aan de beurt. Wij voorzien dat het eerste half jaar de beperkingen door de coronapandemie blijven bestaan. Wij houden er ook rekening mee dat er mogelijk nog een derde golfje aan komt.”

Na deze kanttekening benoemde Driessen gelukkig ook nog wat positieve ontwikkelingen: “De Nederlandse economie toont zich gelukkig relatief veerkrachtig. Wij steken positief uit boven het Europese gemiddelde.”

Driessen benoemde ook nog lessen uit de afgelopen periode die we in de toekomst goed kunnen gebruiken. Een opsomming:

  • De bezorgopties van eten zijn zeer populair geworden en kunnen zorgen voor een (blijvend) nieuw verdienmodel. Sommige bedrijven hebben in de coronatijd juist erg goed gepresteerd. Neem een voorbeeld aan die bedrijven. Zo heeft Mc Donalds bijvoorbeeld haar bezorg- en afhaalservice geoptimaliseerd dankzij focus op doorstroomsnelheid en digitalisering.
  • De focus op prijs heeft plaatsgemaakt voor de aandacht voor zekerheid. De consument kijkt nu primair naar zaken als veiligheid en de annuleringsvoorwaarden.
  • Dagrecreatieve bedrijven hebben hun zich de afgelopen periode moeten redden met veel minder bezoekers. Dat heeft er voor gezorgd dat er meer aandacht is gekomen voor de besteding per bezoeker. Nieuwe verdienmodellen zijn hopelijk blijvend van aard. Als dat succesvol is, dan ben je minder afhankelijk van steeds weer hogere bezoekersaantallen (die vaak met korting en lage prijzen werden verleid).
  • De aandacht voor een goed hygiëne is in de coronatijd alleen maar belangrijker geworden. Voor vakantieparken is het een relatief hoge kostenpost (gemiddeld 11,7%). Driessen pleit er voor om zeker niet op deze kostenpost te bezuinigen.

Meer informatie: ABN AMRO - Sector Leisure

Toekomstbestendig maken van de sector

In de afsluitende sessie werden drie praktijkmensen geïnterviewd: Luke Slager (directeur Molecaten Vakantieparken), Martin Cnossen (Merk Fryslan) en Martijn van Vliet (Chief economist van de gemeente Amsterdam). De focus in deze gesprekken lag vooral op de lessen die we hebben geleerd en hoe we beter voorbereid kunnen zijn op een volgende crisis.

Alle drie de sprekers waren het er ver eens dat je bij een lockdown, en het platleggen van economische activiteiten, niet veel alternatieven hebt. Zodra er weer meer mogelijkheden worden geboden, dan zijn er zeker strategieën te bedenken om de risico’s te verkleinen.

Luke Slager (molecaten) kijkt bijvoorbeeld naar verbreding van het aanbod. Dat kan bijvoorbeeld door het inspelen op meerdere doelgroepen, maar ook meer aandacht voor dagrecreatie is een optie. Slager: “Met een breder aanbod ben je minder afhankelijk van één product. Een uitstapje zonder overnachting ligt in feite dicht bij ons aanbod. Ik zou de ontwikkeling van dagrecreatie binnen ons bedrijf vooral zien in combinatie met de verblijfsmogelijkheden. Je moet dan wel goed onderzoeken waar de behoeftes liggen.”

Cnossen (Merk Fryslan) noemt de spreiding van toeristen die dankzij de coronacrisis een impuls krijgt: “In Friesland hebben we veel natuurlijke gebieden met relatief lage bezoekcijfers. Die bleken in de afgelopen periode zeer aantrekkelijk. Het is op heel weinig plekken echt te druk. Op plekken waar het wel te druk werd hebben we teams ingezet om bezoekers door te verwijzen naar rustiger alternatieven. Mensen hebben de neiging om allemaal naar dezelfde plekken te komen. Ook spreiding in tijd biedt kansen.”

De gastvrijheidseconomie in Amsterdam behoort tot een van de zwaarst getroffen sectoren in de afgelopen coronatijd. Het gevoel in Amsterdam is dubbel, omdat er juist voor de coronacrisis werd ingezet op minder bezoekers aan de hoofdstad. Econoom Martijn van Vliet verwacht dat het herstel op termijn wel weer zal optreden: “Amsterdam heeft een authentiek, niet te kopiëren aanbod. Locaties met deze eigenschappen zullen altijd te maken hebben met problemen als de vraag toeneemt. Toeristen komen nu eenmaal voor dat stukje authentiek Amsterdam, en dat kun je niet op een andere locatie even bijbouwen.” Van Vliet bereid zich met marketingbureau Amsterdam & Partners wel voor op de toekomst: “We zijn al enkele jaren bezig om het aanbod van verblijf aan banden te leggen, o.a. door een sterke beperking van nieuwe hotels en een verbod op private verhuur in delen van de stad. Daarnaast gaan we ons inzetten om selectiever te zijn in de toeristische gasten waar we ons in Amsterdam op focussen. Zij moeten een meerwaarde bieden aan de beleving van de stad.”

Met dank aan: NBTC, Celth en NRIT Media voor het mogelijk maken van dit online trendcongres(je).