Toeristenbelasting zorgt in veel gemeenten regelmatig voor verhitte discussies tussen politiek en bedrijfsleven. Fiscalist Hans de Willigen verdiepte zich in de problematiek en komt tot de conclusie dat toeristenbelasting op vaste staanplaatsen in diverse gemeenten al jarenlang onterecht wordt geheven. Toeristenbelasting zorgt in veel gemeenten regelmatig voor verhitte discussies tussen politiek en bedrijfsleven. Fiscalist Hans de Willigen verdiepte zich in de problematiek en komt tot de conclusie dat toeristenbelasting op vaste staanplaatsen in diverse gemeenten al jarenlang onterecht wordt geheven.

Op basis van de gemeentelijke verordeningen heffen gemeentes van de campingexploitanten toeristenbelasting. De campingexploitanten hebben dan het recht deze toeristenbelasting in rekening te brengen bij de passanten. Op menig camping hebben we echter niet alleen passanten, maar ook met mensen met vaste staanplaatsen, die vaak ook toeristenbelasting betalen. Fiscalist Hans de Willigen legt uit waarom hij van mening is dat dit onterecht is en waarom bezwaar maken voor recreatieondernemers soms zelfs vele (tien)duizenden euro’s kan opleveren. Bij een recente case die het kantoor op dit moment onder handen heeft loopt het bedrag zelfs op tot € 120.000 per jaar met een terugwerkende termijn van vier jaar! In gemeentelijke verordeningen wordt bepaald dat onder de naam toeristenbelasting een directe belasting wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. Tegen een vergoeding, daar zit hem nu net de kneep. Op vaste staanplaatsen staat vaak een chalet of een stacaravan. Niet zelden beweert de gemeente dat ook voor die mensen toeristenbelasting moet worden afgedragen. De bedragen hiervoor kunnen voor recreatieondernemers behoorlijk in de papieren lopen. Natuurlijk betalen de mensen van de vaste staanplaatsen jaarlijks een bedrag voor hun plekje. Of en hoe vaak zij vervolgens komen en met hoeveel personen is echter volstrekt irrelevant, daar plegen zij geen vergoeding voor te betalen. Dus doet het belastbaar feit zich niet voor, dus geen heffing. Zelfs niet als de toeristenbelasting wel in rekening is gebracht. Het zal duidelijk zijn dat dit een slok op een borrel scheelt. Jurisprudentie zal op dit vlak ongetwijfeld gaan volgen. Verder is het zaak nog even te kijken of bij toeval niet een vrijstellingsbepaling van toepassing is. De ervaring leert dat niet zelden toeristenbelasting wordt geheven terwijl forensenbelasting geheven had moeten worden. Recente jurisprudentie leerde weer dat de gemeentes niet de vrijheid hebben dan toch gewoon toeristenbelasting te heffen. Kortom het is zaak de aanslagen toeristenbelasting kritisch te (laten) beoordelen. met dank aan: Hans de Willigen, fiscalist bij Rein advocaten en adviseurs. Mocht je naar aanleiding van deze column nog vragen hebben, bel dan gerust met Hans (0592-345 188 of 06 158 514 02). of per e-mail: toeristenbelasting@rein.nl