De eerste generatiewisseling van familiebedrijven gaat in bijna zeven op de tien gevallen mis. Oprichters houden vaak te veel macht in handen, waardoor de nieuwe generatie niet effectief kan ondernemen. Veel nieuwe bestuurders zijn te voorzichtig om het bedrijf winstgevend te houden. De eerste generatiewisseling van familiebedrijven gaat in bijna zeven op de tien gevallen mis. Oprichters houden vaak te veel macht in handen, waardoor de nieuwe generatie niet effectief kan ondernemen. Veel nieuwe bestuurders zijn te voorzichtig om het bedrijf winstgevend te houden. vader zoon

Door vroegtijdig plannen te maken, te blijven investeren in innovatie en de besluitvaardigheid op peil te houden, zijn veel verbeteringen te behalen. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de studie Nieuw bloed, nieuwe koers, dat door Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) is uitgevoerd in samenwerking met de Rabobank en BDO Accountants & Adviseurs. De belangrijkste conclusies:

  • Familiebedrijven lopen bij overdracht bovengemiddeld grote risico’s.
  • Het rendement daalt na elke generatiewisseling.
  • Slechts 30% van de familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling; 13% overleeft de tweede generatiewisseling, slechts 3% van de familiebedrijven staat nog overeind na een derde generatiewisseling.
  • Bij een overdracht vallen meerdere ‘breuklijnen’ samen: emotionele, fiscale, technologische en organisatorische. Die vragen aandacht van de bestuurders, wat ten koste gaat van cruciale bedrijfskundige beslissingen.
  • Een oorzaak van de slechtere prestaties: de overdracht vindt vaak zonder vertrouwen plaats. De vertrekkende generatie bouwt beschermingsconstructies in om de macht te behouden en koopt externe grootaandeelhouders uit. De blik wordt naar binnen gericht.
  • Een tweede oorzaak: de opvolgende generatie kiest voor rentmeesterschap in plaats van ondernemerschap. Er wordt conservatiever gestuurd: minder investeringen in R&D, minder risico. De bedrijfsleiding gaat voor de relatieve zekerheid van rendement ten koste van risicodragende investeringen in innovatie en concurrentiekracht.
  • Oplossing: zowel de vertrekkende als de opvolgende generatie moet voorsorteren op een soepele overdracht. Dat kan onder meer door de effecten van de breuklijnen te spreiden in de tijd, fiscale en financiële regelingen te treffen, benodigde competenties in kaart te brengen, een familiestatuut op te stellen en de overdracht met vertrouwen te laten plaatsvinden.
  • Daarnaast is het belangrijk dat het bedrijf blijft ondernemen. Bescherm investeringen in R&D, beperk dividendverplichtingen, blijf risico’s nemen en houd de blik naar buiten gericht.

Meer informatie: www.bdo.nl