In de periode 2006 -2012 is de omvang van de sporteconomie in Nederland nagenoeg gelijk gebleven. Er was wel sprake van forse verschuivingen binnen deze sector. Bestedingen aan sportmateriaal, horeca en accommodaties namen af. Er werd relatief meer geld uitgegeven aan diensten die direct gerelateerd zijn aan sportbeoefening (o.a. lidmaatschappen). Dat blijkt uit de publicatie 'De Nederlandse Sporteconomie' van het CBS. In de periode 2006 -2012 is de omvang van de sporteconomie in Nederland nagenoeg gelijk gebleven. Er was wel sprake van forse verschuivingen binnen deze sector. Bestedingen aan sportmateriaal, horeca en accommodaties namen af. Er werd relatief meer geld uitgegeven aan diensten die direct gerelateerd zijn aan sportbeoefening (o.a. lidmaatschappen). Dat blijkt uit de publicatie 'De Nederlandse Sporteconomie' van het CBS. sporteconomieCommercie binnen de sporteconomie Het grootste deel van de sporteconomie wordt ingevuld door onderwijs (25%), de bedrijfstak sport (22%) en overheden (13%). Het commerciële deel van de sporteconomie omvat ook de handel (13 procent) en de horeca (10 procent). De handel verdient geld aan de marges op de verkoop van sportbenodigdheden: zowel de sportbenodigdheden die in Nederland worden verkocht, als de goederen die worden in- en (weer) uitgevoerd. De horeca is zichtbaar aanwezig bij tal van sportevenementen en wordt daardoor gezien als een aan sport gerelateerde dienst. Zoals de horeca een substantiële bijdrage levert aan de sporteconomie, zo levert de sporteconomie een niet te verwaarlozen bijdrage aan de horeca: 6 procent van het economische belang van de totale bedrijfstak horeca is aan sport gerelateerd. Groei in bedrijfstak sport De kern van de sporteconomie, 'de bedrijfstak sport' zelf, groeide relatief sterk. De bedrijfstak sport bestaat uit de diensten geleverd door de sportverenigingen voor binnen- en buitensport, sportaccommodaties, fitnesscentra en overkoepelende sportorganen. De productiewaarde van deze bedrijfstak nam in de periode 2006–2012 relatief sterk toe (24 procent), evenals de consumptieve bestedingen aan sport- en fitnessdiensten (27 procent). Het aandeel van de bedrijfstak sport in de sporteconomie nam daardoor toe van 18 procent in 2006 tot 22 procent in 2012. Materiaal, horeca en accommodaties in de min Bijna een kwart van alle uitgaven binnen de sporteconomie bestond in 2012 uit sportbenodigdheden (kleding, golfclubs e.d.). Huishoudens gaven in 2012 1,8 miljard euro uit aan sportbenodigdheden. Dit is evenveel als in 2006 en minder dan in 2010. Daarmee bleef deze categorie ook achter bij de groei van de totale economie. Een tweede belangrijke categorie uitgaven die achterbleef, bestaat uit de horecadiensten. In 2006 bedroegen de uitgaven aan horecadiensten binnen de sporteconomie 1,4 miljard euro; dit was in 2012 nog zo. Het aandeel van de horeca in de sporteconomie is daardoor afgenomen van 12 procent in 2006 tot 10 procent in 2012. Tot slot liepen ook de investeringen in sportaccommodaties (nieuwbouw, groot onderhoud) terug. Dit zijn investeringen die door zowel particuliere exploitanten van sportaccommodaties als door de overheid worden gedaan. In 2012 bedroegen deze investeringen 250 miljoen euro; dit was 4 procent lager dan in 2006. Meer informatie: www.cbs.nl