Op 23 april nam minister Kamp (EZ) de resultaten in ontvangst van het NBTC onderzoek naar inkomend toerisme 2014. In een eerste reactie vroeg de minister aandacht voor o.a. betere spreiding van de toeristen over heel Nederland en samenwerking met overheden, vervoersmaatschappijen en natuurorganisaties. Op 23 april nam minister Kamp (EZ) de resultaten in ontvangst van het NBTC onderzoek naar inkomend toerisme 2014. In een eerste reactie vroeg de minister aandacht voor o.a. betere spreiding van de toeristen over heel Nederland en samenwerking met overheden, vervoersmaatschappijen en natuurorganisaties.keukenhof 2015 - 28

De tien belangrijkste conclusies uit het NBTC onderzoek naar inkomend toerisme:

  1. Sterke groei van het inkomend toerisme; Het aantal internationale bezoekers aan Nederland is sinds 2000 met 40 procent gestegen naar bijna 14 miljoen in 2014. België en de zogenaamde BRIC-landen laten procentueel de sterkste groei zien. In absolute aantallen blijft Duitsland met bijna vier miljoen bezoekers met afstand de belangrijkste herkomstmarkt.
  2. (Korte) vakantie belangrijkste bezoekmotief: Ruim twee derde van de buitenlandse bezoekers komt voor een vakantie naar Nederland (vergelijkbaar met 2009). Een stedentrip en een vakantie aan de kust zijn de meest populaire vakantietypen. De verblijfsduur is veelal relatief kort (55% komt voor een verblijf van een tot drie nachten). De meeste vakantiegangers komen uit Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk.
  3. Kwart zakenreizen MICE gerelateerd; Ruim 3,6 miljoen internationale bezoekers (26%) komen voor zaken naar Nederland. Meer dan een kwart van deze groep komt voor een MICE-bezoek (meetings, incentives, conventions and exhibitions). Dat is vergelijkbaar met 2009. Binnen het MICE-segment nemen corporate meetings met 15% het grootste aandeel in, gevolgd door congressen (8%). De meeste zakenreizigers komen uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Duitsland.
  4. Belang internet groeit bij het zoeken naar informatie: Bijna 90% van de internationale bezoekers heeft vooraf of gedurende het verblijf informatie via internet gezocht. Ten opzichte van 2009 betekent dit een verdere toename. Websites van accommodaties worden het meest geraadpleegd. Bijna 40 procent van alle bezoekers checkt beoordelingen op review sites; zeven procent downloadt apps en vier procent gebruikt sociale media als informatiebron.
  5. Groei in ‘vooraf boeken van vervoer én verblijf’: Het overgrote deel van de internationale bezoekers boekt voor vertrek naar Nederland het vervoer en/of het verblijf. Met name de groep die zowel vervoer als verblijf vooraf boekt (53%) is de laatste jaren toegenomen. De periode tussen boeken en vertrek is relatief kort: bijna de helft boekt het verblijf korter dan een maand voor vertrek. Drie kwart van alle verblijven wordt inmiddels via internet (inclusief e-mail) geboekt.
  6. Meeste bezoekers komen met het vliegtuig: De meeste internationale bezoekers komen met het vliegtuig (44%) of auto (40%) naar ons land. Het vliegtuig wordt relatief veel gebruikt door bezoekers die van verder weg komen. Bezoekers uit de buurlanden reizen relatief vaak met de auto. Ten opzichte van 2009 zijn de aandelen van de verschillende vervoersvormen redelijk stabiel.
  7. Amsterdam meest populair: Bijna 40 procent van alle internationale bezoekers verblijft in Amsterdam. Amsterdam is daarmee met afstand de populairste plek in Nederland. Van de bezoekers die in Amsterdam verblijven, brengt een kwart een dagbezoek aan een andere (middel)grote stad in Nederland. En bijna een op de vijf bezoekt attractiepunten buiten Amsterdam.
  8. Bestedingen overstijgen 10 miljard: De bijna 14 miljoen internationale bezoekers besteden in totaal 10,2 miljard euro aan hun bezoek aan Nederland. De meeste bestedingen hangen samen met de kosten voor accommodatie, het vervoer naar Nederland en eten en drinken (horeca). Bezoekers uit intercontinentale herkomstmarkten zijn het meest kwijt aan hun reis naar en verblijf in Nederland. Voor de buurlanden liggen de bestedingen per bezoek het laagst.
  9. Nederland trekt vooral Nora’s: Nederland wordt relatief veel bezocht door bezoekers die behoren tot de Mentality groep postmoderns oftewel ‘Nora’s’. Bij deze doelgroep zijn stedentrips, cultuur en uitgaan relatief populair. Met name onder bezoekers van de grote steden is deze groep dan ook sterk vertegenwoordigd. Naast de Nora’s komen er ook relatief veel traditionals (Mary’s); vooral onder bezoekers uit de buurlanden is deze groep oververtegenwoordigd.
  10. Waardering voor bezoek verder omhoog: Zo’n 85 procent van de internationale bezoekers beoordeelt het bezoek aan Nederland als ‘uitstekend’ of ‘zeer goed’. Nog eens twaalf procent kwalificeert het verblijf als ‘goed’. Ten opzichte van eerdere onderzoeken betekent dit een nog betere waardering van het bezoek. Amerikanen en Britten zijn zoals gebruikelijk het meest positief over hun bezoek. Als aan internationale bezoekers wordt gevraagd naar verbeterpunten voor Nederland dan worden de informatievoorziening, het prijsniveau en de gebruiksvriendelijkheid van het openbaar vervoer het meest genoemd.

Bekijk de resultaten van het onderzoek op: http://publicaties.nbtc.nl Reactie minister Kamp: Tijdens de bijeenkomst gaf minister Kamp zijn eerste reactie op het onderzoeksrapport: Spreiding Kamp: “Het toenemend aantal toeristen legt druk op onze voorzieningen. Zij bekijken veelal de vier grote steden, en verblijven daar ook. In het voorjaar en in de zomer levert dat vooral Amsterdam volle hotels, drukte op straat en lange wachtrijen voor musea op. Als we een goede beschikbaarheid, betaalbaarheid en beleving willen blijven garanderen, is het cruciaal om toeristen ook te laten zien wat Nederland buiten de Randstad te bieden heeft.” Samenwerking in de hele keten Kamp: “Ik zie graag dat ondernemers samen vaker met belanghebbenden als natuurorganisaties, vervoerders en de overheid nieuwe doelgroepen aanspreken en handig inspelen op de veranderende vraag. Want groei van de gastvrijheidssector kan Nederland veel opleveren.” Over samenwerking met overheden: “Ondernemers hebben te maken met veel verschillende regels van veel verschillende overheidsinstanties. Dat kan ten koste gaan van uw ondernemingszin. We kijken hoe we regels en controles minder belastend kunnen maken. Helemaal zonder kunnen we niet, want ook het vertrouwen van toeristen komt te voet en gaat te paard.” Over samenwerken met natuurorganisaties: “We willen van onze Nationale Parken een internationaal bekend merk maken. Mooie natuur, in combinatie met bijvoorbeeld een museum of mogelijkheden voor sport. Daarvoor zijn nieuwe verdienmodellen nodig. Ondernemers krijgen meer ruimte van de overheid om die met natuurorganisaties op verantwoorde wijze vorm te geven. Natuurbeschermingsregels mogen geen onnodige belemmering vormen voor duurzame bedrijvigheid.” Over samenwerking met vervoerorganisaties: “Als buitenlandse toeristen in Nederland zijn, moeten ze ook makkelijk van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Ik ondersteun het initiatief van de sector om samen met vervoerders te onderzoeken of zij aan toeristen een ov-kaart voor heel Nederland kunnen aanbieden.” Bekijk de hele speech van minister Kamp op: www.nieuwsbank.nl Tot slot De bijeenkomst en het onderzoek hadden als focus ‘Het inkomend toerisme’. Op dit punt worden de contouren van een toekomstige strategie steeds beter zichtbaar. Maar hoe zit het met binnenlands toerisme; ’Vakanties van Nederlanders in Nederland?’ Dat onderwerp wordt vooral overgelaten aan regionale promotie-organisaties en kent niet een zelfde herkenbare sterke visie als het inkomend toerisme.