Zo’n tien musea verwachten binnen een half jaar definitief te moeten sluiten door de coronacrisis. Dit blijkt uit een enquête die de Museumvereniging vandaag publiceert.

Deze conclusie komt bovenop de musea die inmiddels al gestopt zijn als gevolg van de coronamaatregelen, zoals bijvoorbeeld het Tassenmuseum in Amsterdam. Wereldwijd vind er een kaalslag plaats onder musea. Unesco verwacht dat 13% van alle musea in de wereld ten gevolge van de coronamaatregelen in de problemen komen.
 
De enquête van de Museumvereniging is beantwoord door zo’n 60 procent van de leden van de brancheorganisatie, die 95 procent van de omzet in Nederlandse musea vertegenwoordigt.
 
Verder antwoordt ongeveer een kwart van de musea dat ze voor hoogstens twaalf maanden nog vertrouwen hebben in hun voortbestaan. Ondanks steunmaatregelen van rijk, provincies, gemeenten, rijkscultuurfondsen en private partijen verwacht een aantal musea het niet te gaan redden.

Terwijl de overheid ruimhartige noodsteun heeft geboden komt het geld niet altijd daar terecht waarvoor het bedoeld is, doordat de uitvoering van verschillende maatregelen elkaar soms in de weg zit. Daarom doet de Museumvereniging een beroep op het kabinet en de Tweede Kamer: zorg ervoor dat noodsteun die voor musea en de culturele en creatieve sector bedoeld is, daar ook écht terechtkomt.

Zeker stellen dat steun écht terechtkomt bij musea in het hele land

Het kabinet heeft tijdens de crisis al vroeg noodsteun geregeld: NOW, TOGS en TVL. Ook heeft de minister van OCW sectorspecifieke steun toegezegd. In totaal gaat het tot 1 juli 2021 om zo’n 1,5 miljard voor de culturele en creatieve sector. Echter, ongeveer 10 procent van de musea ontvangt geen enkele noodsteun.

In de uitvoering van die noodmaatregelen doorkruist een aantal goede voornemens van het kabinet elkaar. Hierdoor dreigt rondpompen van geld én komt geld soms op andere plekken terecht dan bedoeld. Een voorbeeld: als een gemeente noodsteun geeft aan een museum wordt die steun vervolgens verrekend met de NOW en komt zo ten goede aan het Rijk. Daardoor kan een museum soms zelfs slechter af zijn dan zónder die gemeentelijke steun. Dit weerhoudt gemeenten van het verlenen van noodsteun aan culturele organisaties. Hetzelfde doet zich voor wanneer gemeenten belastingen aan musea kwijtschelden of als een gemeente tijdelijk de huur verlaagt van een pand waarin een culturele organisatie gevestigd is: ook die goedbedoelde tegemoetkomingen worden verrekend met de NOW.

Ondertussen heeft het kabinet ook extra geld voor gemeenten beschikbaar gesteld om musea en andere culturele organisaties juist wél in onder meer huisvestingslasten tegemoet te kunnen komen. Dit najaar zegde OCW 150 miljoen toe voor de culturele infrastructuur als onderdeel van het steunpakket van in totaal 482 miljoen. Deze constructie heeft alleen zin als dit geld daadwerkelijk geoormerkt wordt voor cultuur, zodat het niet aan andere zaken mag worden besteed. De Museumvereniging pleit er daarom voor dat die 150 miljoen in een brede doeluitkering aan gemeenten wordt toegekend.

Door de combinatie van én doeluitkeringen én het niet verrekenen van andere noodsteun voor cultuur met de NOW kan het kabinet een impuls geven aan de sector. Daarmee draagt het kabinetsbeleid bij aan een sterkere binding van alle inwoners van Nederland met museale collecties.

Bron en meer informatie: Museumvereniging