Speeltoestellen die gemaakt zijn voor gebruik in een publieke ruimte vallen sinds maart 1997 onder de Wet Attractie en Speeltoestellen (WAS). In deze wet staat dat een toestel en de bijbehorende ondergrond veilig moet zijn gedurende de levensduur van het betreffende toestel.

Speeltoestellen die gemaakt zijn voor gebruik in een publieke ruimte vallen sinds maart 1997 onder de Wet Attractie en Speeltoestellen (WAS). In deze wet staat dat een toestel en de bijbehorende ondergrond veilig moet zijn gedurende de levensduur van het betreffende toestel.

Indoor speeltoestellen gaan soms een stapje verder

De algemene norm die voor speeltoestellen is de NEN-EN 1176-1. In deze algemene norm wordt o.a. aangegeven dat een toestel regelmatig geïnspecteerd dient te worden door een kundig persoon. Daarnaast zijn er in de loop van afgelopen 20 jaar ook toestel-specifieke normen bijgekomen en worden deze af en toe aangepast.

Voor indoor speeltoestellen gelden deze normen ook. In veel gevallen gaat het bij Indoor om ‘geheel omsloten toestellen’ en hiervoor gelden het normdeel NEN-EN 1176-10 (in combinatie met 1176-1, 1176-3, 1176-4 en EN 1177). Deze normen komen voor een groot deel overeen met toestellen welke (ook) buiten geplaatst worden, maar wijken op sommige punten af van deze normen of gaan een stapje verder.

Brandveiligheid en materiaalkeuze

Zo worden in dit normdeel eisen gesteld aan de brandveiligheid van de gebruikte materialen. Ook dient een beheerder rekening te houden met de evacuatie van gebruikers in het toestel. Eén van de eisen die gesteld wordt is dat volwassen elk punt van het toestel moeten kunnen bereiken om kinderen te kunnen helpen. Bovendien worden er eisen gesteld aan de evacuatieroutes die gerelateerd worden aan de capaciteit van een toestel.
Ook bij het ontwerp wordt aan specifieke punten extra aandacht besteed; bijvoorbeeld het onmogelijk maken van externe beklimming van een toestel en een goede zichtbaarheid vanaf een toezichtgebied. Ook touwconstructies moeten voldoen aan de gestelde eisen in deze norm.

Ook de ballenbak heeft vereisten

Een zeer specifiek onderdeel van deze norm is de befaamde “ballenbak”. Er worden o.a. eisen gesteld aan minimale diameter van de ballen, de diepte van de bak voor diverse leeftijdsgroepen, maar ook aan de hygiëne van de bak en de ballen. Voor ballenbakken die dienen als uitloop van een glijbaan zijn extra aandachtspunten in de norm opgenomen.

Trampolineparken

Deze parken zijn erg populair en schieten dan ook als paddenstoelen de grond uit. We zien zelfstandige parken ontstaan, maar zien ook trampolines als onderdeel van een (indoor) speeltuin. Ook bij een trampolineparken zijn er belangrijke zaken die continue aandacht vragen. Wij vroegen dhr. Eljoh Sneep van “Trampoline Park Safety” naar zijn gedachten hierover. Dhr. Sneep geeft aan dat met name de kennis van het personeel erg belangrijk is. Hierbij zou kennis van spelende en/of sportende kinderen al een behoorlijke pré zijn zodat men de gebruiker op voorhand al kan waarschuwen bij gevaarlijk spel. Daarnaast is de dagelijkse controle op de materialen essentieel en is het wellicht verstandig om dit een of twee keer per jaar door een externe partij grondig te laten inspecteren of het personeel hiervoor op te (laten) leiden zoals dit ook voor “gewone” speel- en sporttoestellen geldt.

met dank aan:
Philip van Dijk, adviseur bij Speelplan
Speelplan is een onafhankelijk advies-, en inspectiebureau van speelvoorzieningen, met een eigen opleidingscentrum voor iedereen die iets met spelen te maken heeft. “Wij zijn van mening dat het hanteren van de normen, het gebruik maken van gezond verstand en het digitaal beheren van een toestel en voor zorg dragen dat kinderen onbekommerd kunnen spelen en hierbij nog steeds (verantwoorde) risico’s kunnen nemen.”

Meer informatie: www.speelplan.nl