Nederlandse musea spreken een steeds groter publiek aan, afkomstig uit binnen- en buitenland. Maar middelgrote en kleine musea schrijven rode cijfers, net als voorgaande jaren. Dit blijkt uit de publicatie Museumcijfers 2015, een jaarlijks onderzoek door de Museumvereniging onder ruim 400 musea. Nederlandse musea spreken een steeds groter publiek aan, afkomstig uit binnen- en buitenland. Maar middelgrote en kleine musea schrijven rode cijfers, net als voorgaande jaren. Dit blijkt uit de publicatie Museumcijfers 2015, een jaarlijks onderzoek door de Museumvereniging onder ruim 400 musea.

[caption id="attachment_46671" align="alignright" width="300"]Museum van oudheden in Leiden Museum van oudheden in Leiden[/caption]Musea hebben voor een gezonde bedrijfsvoering in de toekomst een positief exploitatiesaldo nodig. Van de gezamenlijke omzet van 1 miljard euro verdienen de musea bijna een half miljard euro zelf. Hun eigen inkomsten stegen afgelopen vijf jaar met 51%. De subsidies per bezoek daalden in diezelfde periode met 30%. Ook de Museumkaart draagt bij aan de groei van de eigen inkomsten. In 2015 waren er 1,2 miljoen kaarthouders, een stijging van 50% in 5 jaar. De vergoeding voor Museumkaartbezoeken is in deze periode meer dan verdubbeld tot 52 miljoen euro in 2015. Ondanks de kostenbesparingen in de afgelopen jaren realiseert de sector slechts een bescheiden overschot van 15 miljoen euro. Veel musea met een omzet tot 3 miljoen euro schrijven rode cijfers, net als voorgaande jaren. Dit stemt tot zorg. “Er dreigt verschraling van het tentoonstellingsaanbod, vooral buiten de Randstad. Ook de waardering voor musea door het publiek kan hierdoor onder druk komen te staan. Daarom gaan we actiever dan voorheen bouwen aan het publiek belang van musea.”, aldus Siebe Weide, directeur van de Museumvereniging. De leden stemden gisteren in met de plannen daartoe. Bron en meer informatie: www.museumvereniging.nl