Negen van de tien Nederlanders kunnen binnen een straal van drie kilometer voetballen, tennissen, fitnessen en/of een zaalsport beoefenen. Drie kwart van de Nederlanders vindt binnen die straal een zwembad. Gemiddeld ligt de dichtstbijzijnde sportaccommodatie op minder dan 800 meter van de eigen woning. Negen van de tien Nederlanders kunnen binnen een straal van drie kilometer voetballen, tennissen, fitnessen en/of een zaalsport beoefenen. Drie kwart van de Nederlanders vindt binnen die straal een zwembad. Gemiddeld ligt de dichtstbijzijnde sportaccommodatie op minder dan 800 meter van de eigen woning.sportaccommodaties

Dit blijkt uit het vijfde brancherapport Sport, een initiatief van het Mulier Instituut, dat zicht biedt op het landschap van de sportaccommodaties in Nederland. Het eerste exemplaar van het brancherapport Sportaccommodaties in Nederland is vandaag tijdens het VSG-congres (Vereniging Sport en Gemeenten) gepresenteerd. Het Mulier Instituut bundelt in zijn vijfde brancherapport de beschikbare kennis over sportaccommodaties in Nederland en biedt daarmee een overzicht in aantallen, spreiding, reisafstanden en verzorgingsgebieden. In Sportaccommodaties in Nederland wordt ingegaan op de geschiedenis van accommodaties, maar wordt ook inzicht gegeven in thema’s als duurzaamheid, toegankelijkheid en financiering van sportaccommodaties. Enkele bevindingen uit het brancherapport:

  • - Nederland heeft één sportaccommodatie per 835 inwoners. Omdat accommodaties als zwembaden en sporthallen meerdere vormen van sport faciliteren, is het aantal mogelijkheden om een sport te beoefenen nog groter.
  • - De gemiddelde Nederlander vindt op minder dan 800 meter van huis een sportaccommodatie en binnen 1,6 kilometer een fitnesscentrum, een sporthal, een voetbal- en een tennisaccommodatie. Reisafstand wordt dan ook weinig opgegeven als reden om niet te sporten.
  • - Het overgrote deel van de sportaccommodaties waarin we nu sporten zijn van de laatste decennia. De laatste twee decennia zit de vernieuwing en verdere inrichting van het Nederlandse landschap van sportaccommodaties vooral in de hoek van de commerciële initiatieven (fitnesscentra, klimhallen) en het sportieve gebruik van de openbare ruimte (bootcamps in parken, mountainbikeroutes, hardloopevenementen).
  • - In het accommodatiegebruik zijn duidelijke verschuivingen waar te nemen. Het gebruik van zwembaden neemt bij alle leeftijdsgroepen af. Het gebruik van de openbare ruimte stijgt bij de leeftijdsgroepen boven de 25 jaar.
  • - Bij drie kwart van de basisscholen ligt de dichtstbijzijnde gymaccommodatie niet op het terrein van de school of in de directe nabijheid (op minder dan 150 meter). Voor basisscholen zou er een zaalsportaccommodatie geschikt voor bewegingsonderwijs te vinden moeten zijn binnen een straal van 1 kilometer. Dit blijkt lang niet overal het geval. In zes VSG-regio’s ligt het percentage scholen dat verder dan 1 kilometer afligt van een geschikte zaalsportaccommodatie boven de 20 procent.
  • - Bijna de helft van de basisscholen ervaart één of meer knelpunten rond de kwaliteit van gymzalen. Naast een tekort aan zaalruimte worden de bereikbaarheid en onderhoud/inrichting genoemd.

Wanneer de trendmatige ontwikkelingen in sportdeelname en accommodatiegebruik wordt doorgetrokken naar de toekomst, zijn bij veel regio’s in 2030 grote verschuivingen te zien ten opzichte van 2014. In de stedelijke gebieden in het westen van het land kan de vraag naar specifieke accommodaties met 10-20 procent toenemen, terwijl die in perifere landelijke gebieden (Limburg, Zeeland, Gelderland, Groningen) met dezelfde percentages kan afnemen. Meer informatie: www.mulierinstituut.nl Bestellen brancherapport: www.sportsmedia.nl Bewaren