19 april 2014

Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd viert dertigste verjaardag

Vandaag (15 september 2011) is de dertigste editie van het jaarlijkse Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd verschenen. Dit jaarlijkse rapport van NRIT Onderzoek en NHTV internationaal hoger onderwijs Breda biedt een actueel inzicht in de belangrijkste trends en ontwikkelingen op het gebied van toerisme, recreatie en vrije tijd. De viering van dertig jaar Trendrapport is de directe aanleiding voor NRIT Onderzoek om samen met de vier HTRO’s (Hoger Toeristisch Recreatief Onderwijs)  ‘Het toerisme- vrijetijdscongres 2011’ te organiseren.

Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd

Een uitgebreide samenvatting van het rapport:

Demografie
Een groot deel van de vrijetijdssector in Nederland is afhankelijk van de bevolking in eigen land. Uitgaande van de beperkte bevolkingsgroei, en op termijn zelfs bevolkingsafname, zal de sector zich geconfronteerd zien met een gestabiliseerde marktomvang. Daarmee is de tijd dat elk nieuw aanbod  automatisch een nieuwe marktbehoefte creëerde,  voorbij. Het aanbod in de vrijetijdssector is ook aan steeds sterkere concurrentie onderhevig.

Dat de Nederlandse bevolking vergrijst, is genoegzaam bekend. Hoewel de ouderen van tegenwoordig een heel wat jeugdiger uiterlijk hebben en ook hun activiteitenpatroon aan andere normen moet voldoen, is toch ruim 15% van de bevolking momenteel al 65 jaar of ouder. In 1970 was dat nog 10%. Rond 2030 zal deze groep zijn uitgegroeid tot bijna een kwart van de bevolking. Bij ouderen staan vakanties vooral in het teken van ontspannen, uitrusten en genieten van natuurschoon. Voor sportieve en sterk actieve vakanties kan de vergrijzing een bedreiging vormen. Met het toenemen van de leeftijd stijgt voor een deel van de ouderen de behoefte aan zorg, ook tijdens vakanties. Acht op de tien personen die behoren tot de groep ‘zorgvragers’ ondervinden belemmeringen in het vakantieaanbod. Het aangepast vakantieaanbod is op dit moment zeer beperkt in Nederland. Recreatieondernemers geloven wel in grote meerderheid dat de behoefte onder vakantiegangers naar vakanties met extra zorg en service sterk groeit. Zij zien het meeste heil in een geïntegreerd vakantieaanbod voor alle toeristische  doelgroepen en een aanbod waarin accommodatie, omgeving, zorg- en vervoersmogelijkheden op elkaar zijn afgestemd.

Ondanks de ontgroening blijven de jongeren ook een interessante doelgroep voor de toeristisch-recreatieve industrie. Een jonge toerist van vandaag is de (meer kapitaalkrachtige) toerist van morgen. Door jongeren aan te trekken, probeert men het herhaalbezoek op latere leeftijd te stimuleren. De jonge generatie is actief, houdt van avontuur en beleving. Reizen mogen ‘low budget’ zijn, luxe is geen must. Ze zijn gevoelig voor hypes en trends en alles gebeurt digitaal.

Economie
De ontwikkeling van de wereldeconomie heeft veel invloed op het internationaal toerisme. Het IMF verwacht dat het herstel van de wereldeconomie in 2011 door zal zetten, al is de groeiverwachting iets lager dan voor 2010. Voor de meeste Europese economieën wordt een lichte groei verwacht. Evenals voorgaande jaren zal de groei het hoogst zijn in de opkomende markten in Azië. Het economisch herstel is onzeker en hoewel de recessie voorbij is, de gevolgen zijn dat duidelijk nog niet. Verwacht wordt dat in de meeste westerse economieën de werkloosheid verder zal oplopen en dat de koopkracht onder druk zal komen te staan door overheden die bezuinigen. De UNWTO verwacht een verdere groei van het wereldwijde toerisme in 2011, al zal deze met 4 à 5% minder sterk zijn dan in 2010. De groei zal voornamelijk voor rekening komen van opkomende landen, de groei voor Europa wordt verwacht achter te blijven.

Technologie
Social media hebben op allerhande terreinen veel invloed op de vrijetijdssector. Ze zorgen voor een verschuiving van traditionele gegevensbronnen als brochures en reisbureaus naar  onlineklantbeoordelingen. Reizigers en recreanten willen weten hoe andere mensen iets hebben ervaren en gaan op zoek naar tips. Websites als Zoover. nl en de mondiale variant Tripadvisor.com  worden daardoor steeds belangrijker. 83 % geeft aan zich hierdoor te laten beïnvloeden. Nog eens 70% deelt zijn of haar mening graag met familie en vrienden. Van de buitenlandse toeristen die ons land bezoeken, heeft voorafgaand aan het bezoek ruim de helft al een beoordelingssite bezocht. Inmiddels lijkt het erop dat de keuze om niets met social media te doen steeds meer een onmogelijke keuze is. Wil de sector in contact blijven met de consument (hetgeen in deze sector zo belangrijk is) dan is het zaak social media te gaan zien als een kans en niet als een bedreiging. Heel belangrijk is het echter om voorafgaand zelf goed na te denken over het doel dat de inzet van social media moet dienen.

Duurzaam
Het reizen per auto, boot en vliegtuig is anno 2011 verre van duurzaam. Verbranding van fossiele brandstoffen geeft vervuiling en broeikasgassen. De beschikbaarheid van olie is bovendien eindig.  De carbon footprint van alle Nederlandse vakantiegangers bedroeg in 2009 circa 13,4 Mt CO2. Ter vergelijking, de totale CO2-emissie van de Nederlandse economie stoot 170 MT CO2 uit. De carbon footprint per vakantie is 371 kg CO2 en per dag 43 kg CO2. Dat is meer dan de carbon footprint van een gemiddelde dag van de Nederlander (circa 28 kg CO2).Wanneer we naar de ontwikkelingen tussen 2002 en 2009 kijken, blijkt dat de totale Nederlandse emissies daalden in deze periode met 3,1%, terwijl de vakantie-emissies toenamen met 16,5%. Helaas lijkt op dit moment vervuilend reizen minder duur dan schoon reizen. Verblijven op toeristische locaties levert ook veel afval op. Hierdoor gaan accommodaties, attracties en niet te vergeten de leefomgeving van lokale bewoners sterk achteruit. De lokale natuur kan lijden onder vervuiling, waterschaarste, lawaai of verstoring door aanwezigheid van mensen. Een uitdaging voor de toekomst is dus dat reizen, verblijven en andere toeristische activiteiten de wereld en de natuur gaan ontzien of liever nog verrijken.

Vrijetijdsgedrag van Nederlanders
In de afgelopen decennia hebben Nederlanders het steeds drukker gekregen en hielden minder vrije tijd over. Sinds 1975 is de omvang van de vrije tijd met gemiddeld ruim drie uur per week  gekrompen, namelijk van 47,9 uur naar 44,7 uur per week. Directe oorzaak hiervan is het feit dat steeds meer mensen, vooral vrouwen, zijn gaan werken. Desondanks is de hoeveelheid vrije tijd die mensen buiten de deur doorbrengen de afgelopen dertig jaar gelijk gebleven, hetgeen betekent dat men een groter deel van de vrije tijd buitenshuis doorbrengt. Vrijwel alle Nederlanders (98%) nemen minstens één keer per jaar deel aan een uithuizige activiteit in de vrije tijd. Wekelijks trekt zo’n 89% van de Nederlanders er op uit voor vrijetijdsactiviteiten. Dagelijks is dit 30% van de Nederlanders. Gedurende de levensloop verschuift de voorkeur voor het soort vrijetijdsactiviteiten. Ouders met jonge kinderen sporten minder vaak en gaan minder vaak uit dan jonge volwassenen (tot 35 jaar) zonder kinderen. Daarentegen ondernemen zij meer wandel- en fietstochten en bezoeken bijvoorbeeld vaker de kinderboerderij en de speeltuin. Met ouder wordende kinderen vertoont het vrijetijdspatroon weer meer gelijkenis met dat van voor de komst van kinderen. Uitzondering hierop is het uitgaansleven.

Vakanties van Nederlanders
In tegenstelling tot voorgaande jaren, toen sprake was van jaarlijkse lichte toenamen, is in 2010 het totaal aantal vakanties van Nederlanders in lichte mate afgenomen tot 36,1 miljoen. Het aantal overnachtingen is echter (met eenzelfde percentage) toegenomen tot 278 miljoen, dankzij een stijging van de gemiddelde verblijfsduur van lange vakanties. Was de groei in 2009 uitsluitend van toepassing op het korte vakantiesegment, in 2010 is het aantal korte vakanties afgenomen en het aantal lange vakanties ongeveer gelijk gebleven. De daling van de korte vakanties zien we vooral terug bij de buitenlandse vakanties, en dan uitsluitend in de winterperiode. In de zomerperiode is het aantal korte buitenlandse vakanties juist toegenomen.

Nederlanders hebben een vrij constante voorkeur voor bestemmingen, zowel in binnen- als buitenland. Zo zijn landen die tien jaar geleden al populair waren, dat op dit moment nog en zullen dat waarschijnlijk ook wel blijven. Dat wil niet zeggen dat er zich geen veranderingen voordoen. Reeds een aantal jaren kampt Frankrijk met dalende aantallen overnachtingen van Nederlanders. Desondanks is dit land duidelijk marktleider gebleven in de reeks van populaire vakantielanden met een aandeel van 18%. Duitsland was tot en met 2008 binnen de Nederlandse vakantiemarkt steevast goed voor de derde plaats. In 2009 heeft dit vakantieland de tweede plaats veroverd op ‘concurrent’ Spanje en in 2010 heeft Duitsland deze tweede positie met een marktaandeel van 11% weten te behouden. Ondanks een duidelijk herstel van de toeristische belangstelling vanuit Nederland voor Spanje is dit land ook in 2010 op een derde positie blijven staan. Het totaal aantal overnachtingen is toegenomen, met 4,6% ten opzichte van 2009, waardoor het marktaandeel nu op ruim 10% staat.

In 2010 werd zo’n 13% van alle binnenlandse overnachtingen van de Nederlandse vakantiegangers doorgebracht in de Noordzeebadplaatsen. Dit betekent een toename ten opzichte van 2009, toen dat aandeel nog 12% was. In relatie tot de landelijke ontwikkeling (0,2% meer overnachtingen) is het aantal overnachtingen in de Noordzeebadplaatsen net als in 2009 fors toegenomen (+7,0%).

Buitenlandse gasten in Nederland
In 2010 hebben bijna 11 miljoen buitenlandse gasten een of meerdere nachten in een Nederlandse logiesaccommodatie doorgebracht. Ten opzichte van 2009 betekent dit een toename van het aantal buitenlandse gasten in Nederlandse logiesaccommodaties met 9,7%. Hiermee is de daling in de twee voorgaande jaren, namelijk -8,2% in 2008 en -1,8% in 2009, grotendeels gecompenseerd. Deze buitenlandse gasten verbleven gemiddeld 2,46 aaneengesloten nachten in Nederland. Hiermee kwam het totaal aantal overnachtingen in 2010 uit op bijna 27 miljoen. Dit is maar liefst bijna 1,8 miljoen overnachtingen meer dan in 2009. De buitenlandse overnachtingen in Nederland worden sinds jaren al hoofdzakelijk gerealiseerd door gasten uit een beperkt aantal Europese herkomstlanden, namelijk Duitsland, België, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië. Reeds jaren hebben deze vijf landen een gezamenlijk aandeel van 71% binnen het totaal aantal overnachtingen door buitenlandse bezoekers. In 2010 is dit aandeel gezakt naar 70%. Het bezoek vanuit Duitsland, ons belangrijkste herkomstland voor wat betreft het toeristisch bezoek, vertoont de laatste jaren een schommelend patroon. Na twee jaren van toename werden in 2008 minder Duitse overnachtingen geregistreerd in Nederlandse verblijfsaccommodaties (-10%). In 2009 is dit weer omgebogen met een toename van 2,5%. Ook in 2010 is het aantal overnachtingen van Duitsers in Nederland toegenomen, nu met 2,3%.  De laatste jaren hebben inwoners van Spanje meer belangstelling gekregen voor Nederland. Ruim 3% van de overnachtingen in ons land komt voor rekening van dit herkomstland. Een groeiend aantal (lowcost)vliegverbindingen ligt hieraan mede ten grondslag.  Ook bezoekers uit andere werelddelen tonen steeds meer belangstelling voor Nederland als toeristische c.q. zakelijke bestemming. Dit zijn in het bijzonder Amerikanen (waaronder met name de Verenigde Staten) en Aziaten (China en India). Vrijwel alle herkomstlanden hebben aan de groei in 2010 bijgedragen.

Internationaal toerisme
De cijfers van de UNWTO laten zien dat de internationale toeristische aankomsten in 2010 6,6% hoger lagen dan in het voorgaande jaar. In het vorige trendrapport waren de voorspellingen voor 2010 nog minder positief, met een toen verwachte stijging van 3% à 4%. Na overschrijding van de grens van 900 miljoen aankomsten in 2008 was in 2009 echter sprake van een terugval tot onder die 900 miljoen. De stijgende trend die in 2003 was ingezet, was hiermee voorlopig verbroken. In 2010 nam het aantal aankomsten weer toe tot 935 miljoen. Een zeer sterke groei vond in 2010 plaats in de regio Azië en de Pacific, met 13% meer internationale toeristische aankomsten tot een nieuw historisch record van 204 miljoen. In het Midden-Oosten is het aantal aankomsten in 2010 het sterkst toegenomen, namelijk met 14% tot zo’n 60 miljoen in totaal (aandeel 6%). De toename in Amerika (+7%) heeft vooral economische oorzaken, namelijk de eerste tekenen van economisch herstel in de Verenigde Staten, en de vitaliteit van de Latijns-Amerikaanse landen.  Afrika noteerde in 2009 als enige continent positieve cijfers met een groei van 3% in internationale aankomsten. In 2010 kwam daar nog eens een toename van 6% bovenop. Afrika, en in het bijzonder Zuid-Afrika, stond in dat jaar extra in de belangstelling vanwege de wereldkampioenschappen voetbal. In totaal telde het Afrikaanse continent in 2010 ongeveer 49 miljoen aankomsten (marktaandeel 5%). Ondanks de economische crisis en de sluiting van het luchtruim in april 2010 steeg het aantal internationale aankomsten in Europa in 2010 toch nog met 3% tot een totaal van 473 miljoen (marktaandeel  51%). Positieve uitschieters daarbij waren enkele belangrijke bestemmingen als Duitsland (+11%) en Turkije (+6%), alsmede opkomende vakantielanden in de Balkan en de zuidelijke Kaukasus.

Sectoren
In het Trendrapport besteden we uitgebreid aandacht aan de tien belangrijkste domeinen van de vrijetijdseconomie. Deze domeinen maken vaak een eigen ontwikkeling door.

Horecasector
In 2010 groeide voor het eerst sinds 2007 het aantal horecabedrijven weer waarbij het aantal drankverstrekkers daalde en het aantal spijs- en maaltijdverstrekkers juist toenam. In de hotelsector nam vooral het aantal pensions toe. Het aantal hotelgasten was in 2011 weer terug op het niveau van voor de crisis. Het aantal buitenlandse gasten in hotels bereikte een recordhoogte van 8,7 miljoen.

Bungalowsector
Voor de bungalowsector was 2010 geen geweldig jaar. Het aantal vakanties van Nederlanders in een bungalow daalde met 5% naar 9,1 miljoen. Dat werd maar deels gecompenseerd door een toename van het aantal buitenlandse gasten (+2,9%).

Kampeersector
In 2010 waren er volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek in Nederland 2.256 kampeerterreinen. Daarmee zet de daling van de afgelopen jaren door. Behalve Flevoland is het aantal kampeerterreinen in alle provincies afgenomen. Het aantal toeristische kampeervakanties en bijbehorende overnachtingen van Nederlanders in 2010 bleef ongeveer gelijk aan dat van 2009. De vakanties namen zeer licht af, de overnachtingen daarentegen namen met ongeveer een procent licht toe. Het aantal vakanties en overnachtingen op vaste standplaatsen namen beide met ruim 5% af ten opzichte van 2009. De voorgaande twee jaar werd er juist een behoorlijke groei gemeld (in 2009 nog respectievelijk 12,8% en 10,7% meer vakanties en overnachtingen). Het aantal buitenlandse overnachtingen op Nederlandse kampeerterreinen stabiliseerde.

Groepsaccommodaties
In 2010 nam het aantal groepsaccommodaties evenals het aantal daar aanwezige slaapplaatsen net als in voorgaande jaren af. De afname was vergelijkbaar met vorig jaar. In 5 jaar tijd daalde het aantal accommodaties met 9% van 787 naar 720, en het aantal slaapplaatsen verminderde met 12% nog wat sterker tot net onder de 50.000. Het aantal overnachtingen in groepsaccommodaties steeg in 2010 opvallend genoeg fors ten opzichte van 2009. Dit was volledig toe te schrijven aan de buitenlandse overnachtingen die met 46% toenamen. Het aantal overnachtingen van Nederlanders in binnenlandse groepsaccommodaties nam namelijk juist wat af (-6%).

Waterrecreatiesector
Het totaal aantal pleziervaartuigen in Nederland groeit. Volgens cijfers van de HISWA waren dit er 523.000 in 2010. Hiermee zet de stijgende lijn van 2008 (518.000) en 2009 (521.000) door. Nederlanders ondernamen in 2010 in totaliteit minder bootvakanties dan in 2009. Deze afname komt echter geheel ten goede aan de binnenlandse bootvakanties; het aantal buitenlandse vakanties met de boot als logiesvorm nam namelijk met 10% toe.

Reissector
De reiswereld speelt met name een belangrijke rol voor vakanties die een buitenlandse bestemming kennen: bijna twee derde (64%) van de vooraf georganiseerde vakanties wordt in het buitenland doorgebracht. Van deze vakanties wordt bij bijna de helft (47%) zowel het vervoer als het verblijf geregeld. Vakanties met een bestemming in eigen land worden vaker zelf georganiseerd (61%). Bijna een vijfde regelt logies via reisbureau of reisorganisatie. In 2009 lag het aandeel van reisbureau/-organisatie nog iets hoger.

Attractiepuntensector
De rangorde in de top tien attractieparken in Nederland naar aantal bezoekers is in 2010 nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van 2009. De Efteling staat met 3,9 miljoen bezoekers onveranderd bovenaan de lijst, ondanks dat het aantal bezoekers in 2010 licht daalde. In 2010 ontvingen slechts drie van de attractieparken in de top tien meer bezoekers dan het voorgaande jaar: Attractiepark Duinrell, de Zaanse Schans en Madame Tussauds. De andere parken in de top tien verwelkomden evenveel dan wel iets minder bezoekers dan in 2009. De 15 dierentuinen die zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD) hebben in 2010 in totaal bijna 9,8 miljoen bezoekers getrokken. Dit is een daling van 7% ten opzichte van 2009 toen deze 15 parken nog ongeveer 10,5 miljoen bezoekers de poorten zagen passeren.

Culturele sector
Het museumbezoek is in het afgelopen jaar wederom gegroeid. De 55 grootste musea ontvingen in 2010 ongeveer 12 miljoen bezoekers, ongeveer een half miljoen meer dan in 2009. Ongeveer 25% van de museumbezoekers is afkomstig uit het buitenland. De Museumkaarthouders zijn goed voor een steeds groter aandeel in het bezoekersaantal. In 2010 werden meer dan 700.000 Museumkaarten verkocht. In 2009 waren dit nog 600.000.

Evenementensector
Net als voorgaande jaren wordt de evenementen top 20 aangevoerd door de Vierdaagsefeesten in Nijmegen. In 2009 verwelkomde Nijmegen gedurende dit evenement al fors meer bezoekers dan het jaar ervoor, en ook in 2010 groeit het evenement met 131.000 bezoekers naar ruim 2,1 miljoen. De Tilburgse Kermis zag het aantal bezoekers met 33% dalen maar neemt met een miljoen bezoekers toch nog de tweede plaats in. Ook veel andere evenementen in de top 20 zagen het aantal bezoekers afnemen.  De Vereniging van Evenementenmakers (VVEM) verwacht in 2011 dankzij de aantrekkende economie over het algemeen wel weer een stijgende lijn in bezoekaantallen, maar gezinnen moeten (onder andere door de btw-verhoging op ticketprijzen) nog een pas op de plaats maken waardoor bepaalde evenementen het wel zwaarder zullen hebben.

Wellnesssector
De capaciteit van de wellnessbranche is de afgelopen vijf jaar twee keer zo hard gegroeid als de vraag. Het aantal wellnessbezoeken steeg met 2 miljoen, maar de capaciteit steeg maar liefst met 4 miljoen.  Deze gestreste situatie is vooral toe te schrijven aan de opkomst van grotere full service wellnesscentra, met een capaciteit van meer dan 700 wellnessgasten per dag. De jaren 2009 en 2010 waren door de crisis geen topjaren. Om de bezoekersaantallen op peil te houden, werd de markt overspoeld met aanbiedingsarrangementen waardoor de entreeprijs fors daalde. Ook gaf de wellnessgast minder uit aan horeca en de beautyafdeling. De besteding per bezoeker daalde maar liefst met 10 tot 15 euro ten opzichte van de topjaren.

Bestelinformatie:
Het rapport is direct leverbaar en kost € 137,50 (exclusief BTW en € 3,- handlingskosten). Voor een jaarlijks abonnement bedragen de kosten slechts €  82,50 per jaar. Bestellen gaat eenvoudig via de webshop op www.nritonderzoek.nl

Titelinformatie:
Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2010/2011
ISBN: 978-90-75923-70-4

meer netwerken